Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 1 juli 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:2114
werknemer/Hicret Bakkerij Grondstoffen VOF
Werknemer is van 1 december 2007 tot 1 september 2010 voor (gemiddeld) 94 uur per maand bij Hicret in dienst geweest in de functie van algemeen medewerker, laatstelijk tegen een salaris van € 750 netto per maand. De arbeidsovereenkomst is met toestemming van het UWV opgezegd wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer vordert (onder meer) schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Werknemer stelt zich onder meer op het standpunt dat van een verstoorde arbeidsverhouding geen sprake was en derhalve een voorgewende reden is gegeven voor ontslag. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen.
Het hof oordeelt als volgt. Van valse of voorgewende reden is geen sprake: diverse afnemers hebben zich uitgelaten over het problematische gedrag van werknemer. Voorts is duidelijk dat de relatie tussen partijen verstoord is geraakt. Niet is gebleken dat de verstoring van de arbeidsrelatie van partijen, die de grond geweest is voor het UWV WERKbedrijf om Hicret toestemming te verlenen de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen, in overwegende mate aan Hicret te wijten is. Dat werknemer de zaak is ‘uitgewerkt’ omdat hij lastig zou zijn blijkt onvoldoende. Ook komt onvoldoende naar voren dat Hicret werknemer heeft ‘uitgebuit’ of misbruik gemaakt heeft van zijn arbeidskracht. Werknemer stelt wel dat hij 40 uur per week werkte, voor welk overwerk hij niet werd betaald, en op zich zou dat juist kunnen zijn, maar Hicret ontkent het en werknemer geeft verder voor zijn stelling geen enkele onderbouwing, zodat in deze procedure van de juistheid van die stelling niet kan worden uitgegaan. Dat werknemer in/door het werk ‘versleten’ is dan wel een (rug)blessure heeft opgelopen is ook onvoldoende gebleken; dat werknemer ten tijde van de ontslagaanvraag (en de datum van ontslag) arbeidsongeschikt was blijkt uit niets, enig medisch stuk ter zake ontbreekt. Dat ten tijde van het ontslag voorzienbaar was dat werknemer moeite zou hebben een andere baan te vinden omdat hij (op dat moment) de Nederlandse taal niet, althans onvoldoende beheerste, kan juist zijn, maar daarin is geen reden gelegen voor een financiële ‘overbrugging’. Het betreft hier privéomstandigheden van werknemer, die – in principe – niet tot enige financiële gehoudenheid aan de kant van Hicret kunnen leiden. Waarom dat in het onderhavige geval anders zou kunnen/moeten zijn, is niet, althans onvoldoende, duidelijk gesteld. Gelet op het ontbreken van bijkomende omstandigheden, is het hof van oordeel dat in deze de doorbetaling van loon over de maanden april t/m september 2010, zonder gehoudenheid aan de kant van werknemer om daarvoor een arbeidsprestatie te verrichten, een voldoende compensatie is voor het op instigatie van Hicret doen eindigen van de arbeidsovereenkomst van partijen, gelet ook op de leeftijd van werknemer (38 ten tijde van de beëindiging van het dienstverband) en de duur van het dienstverband (nog geen drie jaar).