Naar boven ↑

Rechtspraak

Bijzondere Ondernemingsraad Zorgbedrijf Volwassenen van Stichting Mondriaan/Stichting Mondriaan
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 30 juni 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:6022

Bijzondere Ondernemingsraad Zorgbedrijf Volwassenen van Stichting Mondriaan/Stichting Mondriaan

Medezeggenschap. Ten aanzien van vaststelling aantal zetels nieuwe OR en zetelverdeling COR, handelt ondernemer in strijd met de (strekking van de) WOR en (de strekking van) het convenant. Schorsing besluiten.

De Stichting Mondriaan bestaat per 1 januari 2013 uit vier zorgbedrijven. De vijf divisies die onder het Zorgbedrijf Volwassenen vallen, hebben een eigen ondernemingsraad (hierna: OR). Tussen de directie van het Zorgbedrijf Volwassenen en de vijf afzonderlijke ondernemingsraden is een convenant overeengekomen betreffende de oprichting, het mandaat en de werkwijze van de Bijzondere Ondernemingsraad Zorgbedrijf Volwassenen Mondriaan (hierna: BOR). De raad van bestuur heeft op 22 april 2014 besloten tot instelling van een Centrale Ondernemingsraad (hierna: COR) op concernniveau, die tien leden telt. Zorgbedrijf Volwassenen levert vier vertegenwoordigers. De OR van Zorgbedrijf Volwassenen telt elf leden. In de onderhavige procedure stelt de BOR dat het vastgestelde aantal zetels van elf voor de OR in strijd is met artikel 6 lid 1 WOR. De OR zou namelijk uit vijftien leden moeten bestaan. Daarnaast is de zetelverdeling in de COR (met maar vier zetels voor Zorgbedrijf Volwassenen) volgens de BOR geen representatieve afspiegeling van de organisatie.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Hoewel een dagvaardingsprocedure in plaats van een verzoekschriftprocedure aanhangig is gemaakt (art. 36 WOR), heeft de ondernemer zich voor wat betreft de gevolgen van de onjuist ingeleide procedure gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter, zodat tot een inhoudelijke beoordeling wordt overgegaan. Ten aanzien van het besluit om het aantal zetels van de OR Zorgbedrijf Volwassen vast te stellen op elf, is in strijd gehandeld met de (strekking van de) WOR en (de strekking van) het convenant. Het besluit wordt op dit onderdeel geschorst. Redengevend daartoe is dat Zorgbedrijf Volwassenen een nieuwe onderneming is waarvoor een nieuwe OR dient te worden ingesteld. Op grond van artikel 48 WOR treft de ondernemer bij voorlopig reglement de voorzieningen die tot de bevoegdheid van de OR behoren, totdat de OR zelf die bevoegdheid uitoefent. Uit artikel 48 WOR volgt echter niet dat de ondernemer eenzijdig bij voorlopig reglement kan afwijken van artikel 6 lid 1 WOR. Alleen met instemming van de BOR had een afwijkend aantal leden kunnen worden vastgesteld. Die instemming was er niet. Bovendien is komen vast te staan dat de vereniging(en) van werknemers niet over het voorlopig reglement zijn gehoord en dat er geen exemplaar van het reglement aan de Bedrijfscommissie is gezonden.

Ten aanzien van de zetelverdeling in de COR  wordt geoordeeld dat, gelet op de omvang van de Zorgbedrijven in fte, de door de ondernemer vastgestelde zetelverdeling geen representatieve afspiegeling van de organisatie is. Dit klemt eens temeer, nu de ondernemer in zijn besluit ook geen rekening heeft gehouden met de huidige zetelverdeling binnen de COR. Weliswaar is het totaalaantal leden van de huidige COR zestien en het beoogde aantal leden van de COR tien, maar niet kan worden ingezien waarom de overige drie zorgbedrijven (die in fte gerekend veel kleiner zijn dan het Zorgbedrijf Volwassen) van vier naar zes zetels binnen de COR gaan en dus samen de meerderheid kunnen vormen. Het besluit dat de OR van Zorgbedrijf Volwassenen vier vertegenwoordigers binnen de COR zal hebben, wordt eveneens geschorst. Dat dit oordeel tot praktische en juridische complicaties leidt, maakt dit niet anders. De schorsingen van de besluiten worden vanwege de verkeerde ingeleide procedure gekoppeld aan een eindmoment, namelijk het moment waarop op grond van een ex artikel 36 WOR ingediend verzoek is beslist.