Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Super Game B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 6 augustus 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:7101

werkneemster/Super Game B.V.

Ontslag op staande voet medewerkster amusement niet rechtsgeldig. Reconventionele vordering tot betaling van gefixeerde schadevergoeding is verjaard. Afwijzing schadevergoeding gebaseerd op algemeen vermogensrecht (Boek 6 BW).

Werkneemster is sinds 1992 in dienst van Super Game. Laatstelijk is zij werkzaam geweest als medewerkster amusement. Op 10 maart 2013 zijn werkneemster en een collega op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief wordt beschreven dat twee voorvallen met boze klanten ‘in combinatie met nog andere (schriftelijke klachten) van weer andere klanten’ Super Game heeft doen concluderen dat het vertrouwen van haar in werkneemster ‘zeer ernstig beschadigd’ was, maar ook dat het vertrouwen van klanten in Super Game als bedrijf ‘volledig weg’ was. Voorts stelt Super Game dat zij de indruk heeft dat werkneemster (meerdere malen) frauduleus heeft gehandeld. Werkneemster beroept zich op de vernietigbaarheid van de opzegging. Zij stelt dat van een dringende reden geen sprake is en niet aan het onverwijldheidsvereiste is voldaan. De arbeidsovereenkomst is (voorwaardelijk) wegens veranderingen in omstandigheden per 15 augustus 2013 ontbonden, onder toekenning van een vergoeding van € 15.000. In reconventie vordert Super Game gefixeerde schadevergoeding.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In verband met de betrekkelijke eenvoud van het oordeel in reconventie, wordt omtrent de vordering van Super Game eerst beslist. Pas bij conclusie van 9 april 2014 is de tegenvordering door Super Game aan de orde gesteld. Het beroep van werkneemster op verjaring slaagt en Super Game is daarom niet-ontvankelijk in haar vordering jegens werkneemster tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding. Een kennelijk wegens wanprestatie op het algemene vermogensrecht (Boek 6 BW) gebaseerde ‘gewone’ schadevergoeding baat Super Game niet. Als Super Game die subsidiaire grondslag al niet te laat te hulp riep, heeft in ieder geval te gelden dat zij geen concrete schade noemt – laat staan aantoont – die zich voor vergoeding zou lenen, gesteld al dat zij voldoende aangevoerd heeft om van schadeplichtigheid en aansprakelijkheid van werkneemster in de zin van Boek 6 BW uit te mogen gaan. In het midden wordt dan nog gelaten dat Super Game in het geheel onbesproken laat of een dergelijke subsidiaire grondslag voor haar tegenvordering zich wel verdraagt met het in beginsel gesloten/exclusieve systeem van (sancties in) het ontslagrecht en in de regeling van de aansprakelijkheid van werknemers voor schadetoebrenging in Boek 7 BW.

Een dringende reden voor ontslag op staande voet is aan de hand van camerabeelden onvoldoende aangetoond. Ook is het ontslag, gebaseerd op feiten die zich laatstelijk op 1 mei 2013 hebben voorgedaan, niet onverwijld gegeven. Daarbij komt dat de redengeving ook inhoudelijk en qua bewijsbaarheid rammelt, naar believen in formulering en omvang mettertijd aangepast is en meer steunt op opinies dan op feitelijke waarnemingen of vaststellingen. Onder de noemer ‘frauduleus handelen, meermalen gepleegd’ of die van ‘diefstal/verduistering’ waarmee Super Game de ontslagreden samenvat, valt een groot deel van de aan het adres van werkneemster gerichte verwijten in de processtukken hoe dan ook niet te brengen. De loonvordering wordt tot 15 augustus 2013 toegewezen.