Naar boven ↑

Rechtspraak

Highlite International B.V./werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 28 april 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:7976

Highlite International B.V./werknemer

Hoewel niet gebruikelijk in een ontbindingsprocedure, wordt een deskundige benoemd ter beantwoording van de vraag of het disfunctioneren van werknemer wordt veroorzaakt door gezondheidsklachten. Aanhouding zaak.

Werknemer is sinds 2005 in dienst van Highlite, laatstelijk in de functie van medewerker magazijn. Werknemer is, ten gevolge van diabetes, van 15 augustus 2011 tot 17 januari 2012 arbeidsongeschikt geweest. Highlite verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Zij stelt dat werknemer zijn taken als magazijnmedewerker niet op juiste wijze vervult, zich ongemotiveerd en non-coöperatief opstelt en een negatieve werkhouding en traag werktempo heeft. Ten gevolge van het disfunctioneren is er sprake van een verstoorde arbeidsrelatie, heeft Highlite geen enkel vertrouwen meer in een redelijk functioneren van werknemer en acht zij een verdere vruchtbare samenwerking in de toekomst niet meer mogelijk. Werknemer voert verweer en verzoekt het ontbindingsverzoek af te wijzen. Hij zoekt de verklaring voor zijn sedert augustus 2012 verslechterd functioneren en de met enige regelmaat terugkerende fouten in zijn medische historie en – recentelijk – in zijn vermoeden of ontdekking dat hij een stoornis in zijn denk- en concentratievermogen heeft.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat werknemer vanaf augustus 2012 (aanmerkelijk) minder is gaan functioneren. Echter, nu werknemer zijn disfunctioneren geheel of voor een belangrijk deel wijt aan zijn gezondheidsklachten, dient beoordeeld te worden of het functioneren van werknemer beïnvloed wordt door zijn gezondheidssituatie, omdat werknemer dan extra bescherming tegen opzegging en – via reflexwerking – tegen ontbinding verdient. Uit een daarvan opgemaakt verslag blijkt dat werknemer in zijn functioneringsgesprek van 12 juni 2013 zijn bezorgdheid geuit heeft over zijn ziekte en medische klachten maar ook gezegd heeft dat zijn ziektebeeld na het dotteren sterk verbeterd was en dat hij zich prettiger voelde (hetgeen zou bijdragen aan betere prestaties). Nu tijdens de evaluatie op 1 augustus 2013 gebleken is dat er geen verbetering in het functioneren opgetreden was en werknemer als een gesloten persoon overkomt die niet al te communicatief vaardig is, had het in het kader van goed werkgeverschap op de weg van Highlite gelegen om door te vragen naar de gezondheidsklachten van werknemer en na te gaan of deze in de weg staan aan een goede uitoefening van zijn werkzaamheden.

Nu werknemer zich niet ziek gemeld heeft en zich evenmin tot de bedrijfsarts gewend heeft, is er geen (medisch) oordeel over de arbeids(on)geschiktheid van werknemer. Er zijn geen objectieve medische gegevens in het geding gebracht die de stelling van werknemer ondersteunen dat het disfunctioneren verband houdt met zijn medische klachten. Toch valt allerminst uit te sluiten dat het disfunctioneren van werknemer verband houdt met diens gezondheidsklachten. Hoewel het gelet op de aard van de procedure niet gebruikelijk is dat nader feitenonderzoek via bijvoorbeeld inschakeling van deskundigen geschiedt, ziet de kantonrechter in deze zaak toch aanleiding een deskundigenonderzoek te bevelen. Aan de te benoemen verzekeringsgeneeskundige of arts voor arbeid & gezondheid zal de vraag voorgelegd worden of het disfunctioneren van werknemer verband houdt met diens gezondheidsklachten. Volgt aanhouding van de zaak.