Naar boven ↑

Rechtspraak

Tosca Medisch Interim/Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 18 november 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:9897

Tosca Medisch Interim/Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten

Geschil over verplichte deelname StiPP. In beginsel is het aan StiPP is om te bewijzen dat TMI (detacheringsbureau voor verpleegkundig en paramedisch personeel) valt onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit. Op TMI rust een verzwaarde stelplicht. Aanhouding zaak.

StiPP is een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds voor de uitzendbranche. TMI is een detacheringsbureau voor verpleegkundig en paramedisch personeel en heeft bijna 500 werknemers in dienst. Het gaat onder meer om algemeen en gespecialiseerd verpleegkundigen en functies zoals operatieassistenten, laboranten en gipsverbandmeesters. De werknemers worden geplaatst bij opdrachtgevers, voornamelijk ziekenhuizen, maar ook bij klinieken en zelfstandige behandelcentra. Tussen StiPP en TMI is in geschil of TMI een uitzendonderneming is, zijnde de werkgever in de zin van artikel 7:690 BW en of TMI valt onder de verplichtstelling van deelneming in StiPP. TMI vordert voor recht te verklaren dat dat niet het geval is.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Beoordeeld moet worden of TMI een uitzendonderneming is als beschreven onder artikel 1 van het verplichtstellingsbesluit en of de medewerkers van TMI uitzendkrachten zijn die op basis van een uitzendovereenkomst werkzaam zijn voor TMI. Uit de wederzijdse stellingen en tot heden overgelegde stukken is deze vraag niet te beantwoorden. Het enkele feit dat TMI zich afficheert als detacheerder is onvoldoende om de conclusie te trekken dat zij valt onder het verplichtstellingsbesluit. Het moet gaan om werkzaamheden waarbij de werknemer ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan TMI verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde. TMI moet daarbij, om te vallen onder het verplichtstellingsbesluit, een werkgever zijn in de zin van artikel 7:690 BW. De kantonrechter heeft alvorens te beslissen meer feitelijke informatie nodig over (de uitvoering van) de werkzaamheden van de medewerkers van TMI, de concrete en feitelijke invulling van de arbeidsovereenkomst met TMI en over de inhoud van de overeenkomsten tussen TMI en haar opdrachtgevers. Daarbij wordt overwogen dat het in beginsel aan StiPP is om te bewijzen dat TMI valt onder de werkingssfeer van StiPP, waarbij van TMI verwacht wordt openheid van zaken te geven over haar bedrijf en bedrijfsvoering. Op TMI rust een verzwaarde stelplicht. TMI is weliswaar eisende partij in onderhavige zaak, maar die zaak komt voort uit de (premie)vordering die StiPP stelt te hebben op TMI. Het is dus in oorsprong StiPP die zich beroept op de rechtsgevolgen van de verplichtstelling en niet TMI. TMI wil het – kennelijk en begrijpelijk – niet laten aankomen op een incassoprocedure door StiPP. De beslissing wordt aangehouden.