Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 28 juli 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:8380
Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs voor de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden/werknemer
Werknemer is sinds 2001 in dienst van de (rechtsvoorganger van de) CVO, laatstelijk in de functie van senior teamleider. De CAO Voortgezet Onderwijs is van toepassing. Sinds 2011 is er kritiek op het functioneren van werknemer. Er is een verbetertraject opgestart, maar dit heeft niet tot verbetering van het functioneren geleid. Op 25 april 2013 heeft werknemer een van de door CVO aangeboden opties aanvaard. Deze hield in dat hij gedurende het schooljaar 2013-2014 voor 3 dagen (0,6 fte) ging werken op locatie de Gilde en dat hij de overige dagen een outplacementtraject ging volgen waarvoor € 12.000 beschikbaar was. Voorts zou werknemer uiterlijk op 1 april 2014 kenbaar maken of hij (1) als docent in dienst zou blijven met gedurende twee jaar voorzetting van het salaris van een senior teamleider of (2) dat hij extern wilde gaan met een eenmalige bruto uitkering van € 15.000 plus het niet gebruikte deel van het outplacementtraject en met een regeling voor de studieschuld. Werknemer heeft zich ziek gemeld en aangegeven ‘niet is staat te zijn een beslissing te nemen op of voor 1 april aanstaande, omdat hij door zijn staat niet meer helder kan nadenken’. CVO verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelet op het bestaande arbeidsconflict tussen partijen, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. De ontbinding ligt vooral in de risicosfeer van werknemer. Hij is immers teruggekomen op de afspraak die hij op 25 april 2013 met CVO heeft gemaakt. CVO stelt dat zij op 3 maart 2014 nog de mogelijkheid van mediation heeft geopperd. Werknemer betwist niet dat dit is geopperd. Hij heeft van die mogelijkheid echter geen gebruik gemaakt. CVO treft geen verwijt van de verandering in de omstandigheden. Werknemer wijst weliswaar op de goede beoordelingen in de jaren 2001 t/m mei 2010, maar in 2011 zijn problemen geconstateerd wat betreft zijn functioneren. Dit blijkt ook uit een onderzoeksrapport. Dat werknemer op de gemaakte afspraak van 25 april 2013 is teruggekomen valt niet te verwijten aan CVO en komt voor risico van werknemer. CVO heeft in deze procedure herhaaldelijk en nadrukkelijk meegedeeld dat zij de afspraken van 25 april 2013 wil naleven in die zin dat zij een bedrag van € 15.000 bruto wil betalen aan werknemer en op declaratiebasis outplacement wil vergoeden tot € 12.000 exclusief btw als werknemer van een outplacementtraject gebruik wil maken, waarbij de studieschuld nog verrekend moet worden. De kantonrechter gaat ervan uit dat CVO die toezegging – die gezien alle omstandigheden billijk voorkomt – ook daadwerkelijk nakomt. Er is geen reden voor toekenning van een vergoeding daarnaast. Daarbij is rekening gehouden met alle omstandigheden en mede met de leeftijd van werknemer, zijn brutomaandsalaris inclusief vakantietoeslag, inkomenstoelage en eindejaarsuitkering, de duur van het dienstverband en de bovenwettelijke uitkering waar werknemer aanspraak op heeft.