Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 oktober 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:8636
Eye Media Solutions Ltd./A. c.s.
Eye Media is een audiovisueel producent die is gespecialiseerd in multimedia-activiteiten in de meest brede zin van het woord. Vier werknemers (A, B, C en D) zijn voor bepaalde tijd in de functie van Programma Manager in dienst geweest van Eye Media. De arbeidsovereenkomsten bevatten een relatiebeding (A) of een concurrentiebeding (B, C en D). A en C hebben de arbeidsovereenkomst opgezegd, de arbeidsovereenkomsten van B en D zijn van rechtswege geëindigd. De werknemers zijn na het einde van de arbeidsovereenkomst met Eye Media voor zichzelf begonnen. Zij hebben allen een eenmanszaak opgericht, van waaruit zij diverse opdrachten uitvoeren, waaronder voor Stims Media. Eye Media stelt dat de werknemer hiermee in strijd handelen met het concurrentie- en/of relatiebeding. Eye Media vordert A, B en C te verbieden werkzaamheden voor Stims Media te verrichten en vordert van de vier werknemers betaling van verbeurde boetes.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De spoedeisendheid van de zaak vloeit voort uit de door Eye Media gestelde structurele overtreding van het relatie- dan wel concurrentiebeding door gedaagden. Ook wordt in aanmerking genomen dat, gelet op de nog beperkte geldigheidsduur van de bedingen, de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De enkele omstandigheid dat Eye Media geruime tijd heeft stilgezeten, doet niet af aan haar spoedeisend belang bij haar vorderingen. De vordering jegens A wordt afgewezen. Smits (bestuurder en aandeelhouder van Stims Media) heeft werkzaamheden verricht voor Eye Media en kan daarom niet worden aangemerkt als een relatie zoals bedoeld in het relatiebeding. Voorts is niet gesteld of gebleken dat werknemer relaties van Eye Media heeft benaderd. Ten aanzien van B en C wordt geoordeeld dat zij het concurrentiebeding hebben overtreden. Daartegenover staat dat het concurrentiebeding van B en C geldig is voor één jaar. Gedurende deze periode is het niet toegestaan om in heel Nederland voor een bedrijf te werken dat zich bezighoudt met ‘branded content’, hetgeen hen aanzienlijk zal belemmeren in het vinden van werk in de mediabranche. B en C zijn slechts negen respectievelijk dertien maanden voor Eye Media werkzaam geweest op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde, vrij korte tijd. Stims Media is de grootste opdrachtgever en het verlies daarvan zou dan ook leiden tot een groot inkomensverlies. In aanmerking nemende dat Eye Media niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij concreet schade heeft geleden als gevolg van de werkzaamheden van B en C bij Stims Media, wordt geoordeeld dat B en C onbillijk worden benadeeld door het concurrentiebeding. De gevorderde betaling van verbeurde boetes wordt onder verwijzing naar HR 14 april 2000, NJ 2000/489 afgewezen, omdat een spoedeisend belang bij deze vordering ontbreekt.