Naar boven ↑

Rechtspraak

Salesflex B.V. c.s./werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 9 oktober 2014
ECLI:NL:RBNHO:2014:9748

Salesflex B.V. c.s./werknemer

Werknemer weigert zich, ondanks drie veroordelingen, te onthouden van negatieve en onrechtmatige uitlatingen over voormalig werkgever op het internet. Nu het maximale bedrag aan dwangsommen is verbeurd en beslag geen effect heeft, wordt de gevorderde toepassing van lijfsdwang toegewezen.

Werknemer is op 1 augustus 2013 voor de duur van vier maanden bij SalesFlex in dienst getreden als buitendienstmedewerker. SalesFlex heeft op 11 augustus 2013 de samenwerking met werknemer beëindigd. Werknemer heeft zich daarna veelvuldig negatief over SalesFlex uitgelaten. De kantonrechter heeft werknemer bij verstekvonnis veroordeeld de publicaties en/of berichtgevingen omtrent SalesFlex, haar personeel, haar opdrachtgevers, haar klanten, haar werkwijze en dergelijke van zijn website te verwijderen. Dit geldt ook voor de websites van Vara Kassa, Tros Radar en YouTube. Daarnaast moet werknemer op alle websites een rectificatie plaatsen (zie AR 2013-0825). SalesFlex heeft werknemer daarna opnieuw gedagvaard, omdat werknemer zich niet aan het vonnis heeft gehouden en zijn onrechtmatige handelingen zelfs heeft uitgebreid. Op 9 december 2013 heeft de voorzieningenrechter opnieuw geoordeeld dat werknemer zich dient te onthouden van negatieve uitlatingen, op straffe van een dwangsom. Het verstekvonnis is op 8 juli 2014 bekrachtigd. Werknemer heeft het maximale bedrag aan dwangsommen verbeurd, een bedrag van € 50.000. SalesFlex heeft executoriaal beslag gelegd op de inboedel van werknemer. In de onderhavige procedure vordert SalesFlex onder meer de toepassing van lijfsdwang indien werknemer zich niet aan de eerdere veroordelingen houdt.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Anders dan namens werknemer is betoogd, is voldoende aanleiding om aan het gevorderde lijfsdwang te verbinden. Vast staat immers dat werknemer geen gehoor heeft gegeven aan de eerdere veroordelingen en dat het opleggen van een dwangsom niet het gewenste effect sorteert. Alle dwangsommen zijn inmiddels betekend en ondanks het in executoriaal beslag nemen van zijn inboedel heeft werknemer tot op heden niet aan de eerdere veroordelingen voldaan. Beslaglegging op het inkomen van werknemer bleek niet mogelijk, nu hierop reeds een beslag ligt. SalesFlex heeft tijdens een gesprek met werknemer aangegeven dat werknemer zijn inboedel terug kan krijgen en dat geen verdere stappen tegen hem zullen worden ondernomen als hij zijn onrechtmatige handelingen staakt. Als reactie hierop heeft werknemer gedreigd hiermee door te gaan als hij geen geldbedrag van SalesFlex ontvangt. Aldus heeft werknemer overtuigend gedemonstreerd dat hij niet gevoelig is voor de dwangsom als pressiemiddel. Dat brengt mee dat de vordering tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang zal worden toegewezen. Hierbij moet het belang dat SalesFlex heeft bij het toepassen van lijfsdwang zwaarder wegen dan het belang van werknemer bij het niet toepassen van lijfsdwang. De belangen van SalesFlex worden immers reeds ruim een jaar geschaad door de onrechtmatige uitlatingen die op internet circuleren. Omdat lijfsdwang als ultimum remedium geldt, zal deze voorwaardelijk worden opgelegd. Dit houdt in dat SalesFlex niet tot het opleggen van lijfsdwang bevoegd is als werknemer aantoont dat hij duidelijk traceerbare inkomensbronnen of vermogen heeft en dat dit voor verhaal en beslaglegging beschikbaar is.