Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 15 oktober 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:8091
werknemer/iBlue Makelaars B.V.
Werknemer is sinds 2010 in dienst van iBlue. Op 16 mei 2014 heeft werknemer zich ziek gemeld met een schouderblessure. Op vrijdag 23 mei 2014 heeft hij zich per WhatsApp beter gemeld bij iBlue en aangekondigd maandag 26 mei 2014 weer op het werk te zullen verschijnen. Bij WhatsApp van diezelfde datum is namens iBlue aan werknemer meegedeeld dat werknemer die maandag nog maar thuis moest blijven en dat er die dag contact tussen partijen zou zijn. In de daarop volgende periode heeft iBlue geweigerd om werknemer op het werk toe te laten en in dat verband geëist dat hij een hersteldverklaring van een arts zou overleggen. Werknemer vordert wedertewerkstelling. Daarnaast vordert hij betaling van achterstallig loon vanaf mei 2014.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Uitgangspunt is dat een werknemer die zich na een periode van arbeidsongeschiktheid beter meldt, door zijn werkgever toegelaten dient te worden tot het verrichten van de afgesproken werkzaamheden. Indien een werkgever ondanks de eigen verklaring van de werknemer, om wat voor reden dan ook zou twijfelen aan de arbeidsgeschiktheid van de werknemer en dus aan diens hersteldmelding, dient hij diens (on)geschiktheid door een bedrijfsarts te laten beoordelen. Van een situatie waarin de werkgever de werkwillige werknemer pas tot het werk hoeft toe te laten nadat deze laatste door overlegging van een medische verklaring zijn arbeidsgeschiktheid heeft aangetoond kan dus geen sprake zijn. Dat betekent voor het onderhavige geschil dat er voorshands van uitgegaan moet worden dat iBlue werknemer ten onrechte heeft verboden op zijn werk te verschijnen. Immers, werknemer is niet door een bedrijfsarts gezien en de stelling van iBlue dat hij wel door een bedrijfsarts is opgeroepen, maar niet is verschenen, wordt door werknemer betwist, terwijl iBlue met betrekking tot die stelling geen spoor van bewijs levert. Het bovenstaande betekent dat het aan iBlue zelf te wijten is dat werknemer sinds 26 mei 2014 geen werkzaamheden voor haar heeft verricht. Daaruit volgt weer dat er geen grond is (geweest) voor inhouding van een deel van het overeengekomen loon wegens ziekte of afwezigheid. Ook als het bedrag van € 275,99 een voorschot op een bonus zou betreffen – wat echter wordt betwist, terwijl van het bestaan van een bonusregeling niets is aangetoond – heeft werknemer op de betaling ervan recht gehouden, aangezien zijn afwezigheid op de werkvloer voor risico van iBlue komt. iBlue wordt veroordeeld om aan werknemer te betalen een bedrag van € 1.103,96 netto aan achterstallig loon. De gevorderde wedertewerkstelling wordt toegewezen.