Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/FNV Bondgenoten c.s.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 4 december 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:9990

werkgever/FNV Bondgenoten c.s.

Staking werknemers Lyondell Chemie Nederland wordt gedeeltelijk toegestaan: productieproces mag niet dalen beneden de percentages van 50% en 55%.

Lyondell Chemie Nederland heeft in de Botlek en op de Maasvlakte chemiefabrieken met een volcontinu productieproces, waarbij gewerkt wordt met gevaarlijke, ontplofbare en giftige stoffen die onder de werking vallen van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999. Deze twee fabrieken worden bevoorraad door een derde locatie in Europoort. Kern van het onderhavige geschil is de vraag of de door FNV Bondgenoten en CNV vakmensen aangekondigde staking onrechtmatig is. Volgens Lyondell Chemie is dat het geval. Daartoe wordt aangevoerd dat de termijn tussen het gestelde ultimatum en de aangekondigde staking te kort is om voorbereidingen te treffen waarmee de veiligheid voor werknemers, omwonenden en milieu kan worden gegarandeerd. Voor zover het de cao betreft schenden FNV en CNV met de stakingsaankondiging de afspraak dat de cao-onderhandelingen worden opgeschort hangende het overleg over een pensioenregeling. Bovendien zijn FNV en CNV wat betreft de pensioenregeling geen onderhandelingspartners. Te dien aanzien zijn slechts de ondernemingsraden de gesprekspartners en FNV en CNV hebben daarin slechts een adviserende rol.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Het toetsingskader wordt gevormd door de artikelen 6 lid 4 ESH, artikel G ESH en artikel 6:162 BW. Het gaat in het onderhavige geval om de vraag of de spelregeltoets en de zorgvuldigheidsnorm (proportionaliteittoets) een beperking van het stakingsrecht rechtvaardigen. Naar voorlopig oordeel hebben FNV en CNV in redelijkheid tot het standpunt kunnen komen dat hen geen ander middel restte dan staking. Als het verloop van de cao-onderhandelingen, het eindbod van mei, het eindbod van september, alsmede de reactie van de vakbonden daarop worden bekeken, dan is duidelijk dat het eindbod (tot tweemaal toe) door de bonden is verworpen. De gang van zaken over de pensioenregeling brengt niet mee dat de bonden te vroeg naar het instrument van staking grijpen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er voldoende aanknopingspunten zijn voor de stelling van de bonden dat zij echt als onderhandelingspartners aan tafel zaten (en niet slechts als adviseurs, zoals Lyondell Chemie stelt). Zo is er een memo van de ondernemingsraad van 8 mei 2014 waarin deze de werkgever uitnodigt om met haar en de vakbonden FNV en CNV in gesprek te gaan over de pensioenregeling. Verder staat vast dat FNV regelmatig en CNV meer dan eens aan tafel heeft gezeten bij de gesprekken over de pensioenregeling. Ten aanzien van de proportionaliteitstoets wordt als volgt overwogen. Uitgangspunt bij de beoordeling is dat Lyondell Chemie met giftige stoffen werkt die onder de werking vallen van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999. Ter zitting is aan partijen de vraag voorgelegd in welke mate het productieproces bij Lyondell Chemie nog kan worden verminderd waarbij de veiligheid van werknemers, omwonenden en milieu nog steeds in voldoende mate is gewaarborgd. Partijen waren het er (in ieder geval) over eens dat dit 55% is voor de Maasvlakte en 50% voor de Botlek. De staking wordt deels toegestaan, namelijk op de voorwaarde dat daardoor het productieproces niet mag dalen tot beneden de percentages van 50% en 55%.