Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 29 september 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:8375
werkneemster/werkgever
De vordering van werkneemster tot het treffen van een voorlopige voorziening strekt ertoe dat werkgever wordt veroordeeld tot wedertewerkstelling van werkneemster op straffe van een dwangsom, betaling van loon vanaf januari 2014 vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente en het verstrekken van deugdelijke loonspecificaties met veroordeling van werkgever in de proceskosten.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Bij de beoordeling van het geschil komt eerst de vraag aan de orde of werkneemster voldoende spoedeisend belang heeft bij de door haar ingestelde vorderingen. Het antwoord op deze vraag luidt ontkennend. Tijdens de mondelinge behandeling heeft werkneemster gesteld dat waar voorheen haar inkomen uit arbeid bij werkgever door de gemeente werd aangevuld met een bijstandsuitkering tot de voor haar geldende bijstandsnorm, zij vanaf januari 2014 een volledige bijstandsuitkering ontvangt. Daaruit volgt dat werkneemster niet van inkomsten verstoken is (geweest) en evenmin sprake is van terugval in het inkomen. De inkomsten die werkneemster momenteel geniet uit de volledige bijstandsuitkering zijn immers gelijk aan de inkomsten die zij voorheen uit arbeid en aanvullende bijstand genoot. Werkneemster dient de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten.