Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 2 februari 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:626
werknemer/Schiphol Nederland B.V.
Werknemer is in dienst bij de KLM in de functie van bagageafhandelaar. Uit hoofde van zijn functie dient hij te beschikken over een zogenoemde Schipholpas. Deze pas, waarmee toegang kan worden verkregen tot zogenaamde security restricted areas, dient door Schiphol te worden verstrekt. Op 28 augustus 2013 heeft Schiphol de Schipholpas van werknemer ingenomen, omdat de Koninklijke Marechaussee een strafrechtelijk onderzoek naar hem had ingesteld. Op 28 juli 2014 is de pas aan werknemer teruggeven, toen bleek dat hij niet strafrechtelijk zou worden vervolgd. Naar aanleiding van een zogenoemde Bestuurlijke Rapportage die door de Koninklijke Marechaussee is opgesteld, is op 26 november 2014 aan werknemer kenbaar gemaakt dat de Schipholpas definitief zal worden geblokkeerd. In de brief wordt als reden vermeld dat werknemer zich medio april 2013 actief heeft beziggehouden met activiteiten op het gebied van invoer van verdovende middelen via Schiphol en dat de toepasselijke Schipholpasregels zijn overtreden. KLM heeft vanaf 26 november 2014 de loonbetaling gestopt. Werknemer vordert Schiphol te veroordelen tot het retourneren van de Schipholpas.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Dat Schiphol de Bestuurlijke Rapportage van het openbaar ministerie (OM) niet aan werknemer mag verstrekken, kan niet in het nadeel van Schiphol worden uitgelegd. Schiphol is voorshands gehouden de regels van het OM na te leven en indien werknemer desondanks wenst te beschikken over een exemplaar van de Bestuurlijke Rapportage zal hij dit bij het OM en niet bij Schiphol moeten aankaarten. De voorzieningenrechter heeft zich vrij geacht de Bestuurlijke Rapportage ter zitting in ontvangst te nemen, aangezien beide partijen van mening waren dat dit voor de oordeelsvorming in deze zaak van belang is en – zoals ter zitting is gebleken – beide partijen kennis hebben van de inhoud ervan. De vraag ligt derhalve voor of Schiphol op grond van de van toepassing zijnde regels in redelijkheid de beslissing heeft kunnen nemen de pas van werknemer te blokkeren. Hierbij is niet doorslaggevend dat de officier van justitie de strafzaak tegen werknemer heeft geseponeerd vanwege het ontbreken van voldoende wettig bewijs. Op grond van de bevindingen uit het rechercheonderzoek heeft Schiphol inderdaad in redelijkheid kunnen komen tot de beslissing om de Schipholpas van werknemer te blokkeren. Schiphol heeft zich in dit kader terecht beroepen op artikel 7 lid 1 onder g van de Schipholregels. Dat werknemer de inhoud van de Bestuurlijke Rapportage heeft betwist maakt het voorgaande niet anders. Deze betwisting omvat niet meer dan een blote ontkenning van de in de Bestuurlijke Rapportage opgenomen feiten. De gevraagde voorziening wordt geweigerd.