Naar boven ↑

Rechtspraak

Damicom B.V. v.h.o.d.n. TGI B.V./werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 23 december 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:4111

Damicom B.V. v.h.o.d.n. TGI B.V./werknemer

Handhaving concurrentiebeding. Matiging boete tot 10%.

De onderhavige zaak betreft een geschil tussen werknemer en Damicom over het tussen hen geldende concurrentiebeding.

Het hof oordeelt als volgt. Damicom heeft een voldoende en redelijk belang bij ongewijzigde instandhouding van het concurrentiebeding. Damicom is doorgestart met de onderneming van Savitel. Daartoe behoorde ook de bedrijfsvoering, het personeelsbestand en de klanten van Savitel. Damicom heeft er een redelijk belang bij om die onderneming te beschermen, bijvoorbeeld door te voorkomen dat werknemers zoals werknemer in directe concurrentie treden, en dan met name op klanten zoals Schuuring. Dat Damicom daarbij geen redelijk belang had is gezien de (belangrijke) functie van werknemer en zijn langdurige betrokkenheid bij Savitel (meer dan twintig jaar), onvoldoende onderbouwd. Dat werknemer geen kennis van bedrijfsgeheimen droeg en evenmin (veel) persoonlijk contact had met klanten van Damicom, is in dat licht niet aannemelijk. Dat werknemer door het concurrentiebeding in zijn vrije arbeidskeuze wordt belemmerd is inherent aan een dergelijk geoorloofd beding. Daar komt bij dat gesteld noch gebleken is dat werknemer niet in staat was en/of is elders dan in concurrentie met Damicom een baan te vinden. Het concurrentiebeding wordt derhalve niet gematigd.

Met betrekking tot de verbeurde boetes, oordeelt het hof als volgt. De wettelijke regeling van het concurrentiebeding was tot 1 april 1997 opgenomen in artikel 7A:1637x BW. Het tweede lid van dit artikel gaf de rechter de bevoegdheid het concurrentiebeding zelf geheel of gedeeltelijk teniet te doen, terwijl het vierde lid de rechter bevoegd maakte om, indien door de werkgever van de werknemer een schadevergoeding was bedongen voor het geval dat deze in strijd handelde met het concurrentiebeding, de schadevergoeding op een kleinere som te bepalen, zo de bedongen schadevergoeding hem bovenmatig voorkwam. De bedoeling van het vierde lid was dat de rechter in een bepaald geval van overtreding van het beding, mede rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, de volgens het beding verschuldigde schadevergoeding moest kunnen verminderen (vgl. HR 19 februari 1965, NJ 1965/141 en HR 7 mei 1993, JAR 1993/139). De strekking van het vierde lid was de werknemer te beschermen tegen door hemzelf noodgedwongen of uit lichtvaardigheid met de werkgever overeengekomen bovenmatige verplichtingen (vgl. HR 11 november 1966, NJ 1967/17). Met de vaststelling van Boek 7 titel 10 BW op 1 april 1997 is de regeling van het concurrentiebeding ondergebracht in artikel 7:653 BW en is het vierde lid van artikel 7A:1637x BW geschrapt. Uit deze toelichting en uit de verdere wetsgeschiedenis van artikel 7:653 BW blijkt niet dat beoogd is in dit opzicht een materiële wijziging aan te brengen. Het eerste lid van artikel 6:94 BW geeft de rechter de bevoegdheid een contractuele boete op verlangen van de schuldenaar te matigen indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Aan deze voorwaarde kan voldaan zijn in het geval dat de bedongen boete in verhouding tot de schade als gevolg van de overtredingen buitensporig is (HR 11 februari 2000, NJ 2000/277). De maatstaf in artikel 6:94 BW brengt mee dat de rechter pas als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken (HR 27 april 2007, NJ 2007/262 e.a.). Daarbij zal de rechter moeten letten op alle omstandigheden van het geval, waaronder: (a) de aard van de overeenkomst, (b) de inhoud en de strekking van het beding, (c) de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, (d) de omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen. De gevorderde boete van € 100.000 komt overeen met bijna 34 bruto maandsalarissen van werknemer bij Damicom. Van enige werkelijke schade bij Damicom is niet gebleken. De boete wordt daarom gematigd tot € 10.000.