Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 februari 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:2092
werkneemster/IBM Nederland B.V.
Werkneemster is sinds 2007 in dienst van IBM. Sinds 2009 is zij door ziekte arbeidsongeschikt. Thans ontvangt zij een WIA-uitkering en is zij geschikt voor passende arbeid. Werkneemster heeft IBM aansprakelijk gesteld voor de schade die zij lijdt en zal lijden doordat IBM haar verantwoordelijkheid vanuit arbozorg onvoldoende heeft ingevuld. Werkneemster verzoekt om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten. Zij stelt hiertoe dat IBM onvoldoende zorg en nazorg aan werkneemster heeft besteed en haar heeft opgezadeld met een extreem hoge werkdruk als gevolg waarvan zij een burn-out heeft opgelopen. Werkneemster wil een civiele procedure tegen IBM starten en zij heeft daarom recht en belang bij het onderhavige verzoek om aldus duidelijkheid te krijgen over feiten en omstandigheden die voor het voeren van een dergelijke procedure van belang zijn en om haar procespositie op een goede wijze te kunnen inschatten. Voorts moet worden voorkomen dat getuigenbewijs verloren gaat door het voortschrijden van de tijd.
De kantonrechter wijst het verzoek af wegens onvoldoende belang (art. 166 Rv). De (toenmalige) gemachtigde van werkneemster heeft op 7 april 2014 onder meer aan IBM geschreven: ‘uiteraard zullen wij onze stellingen juridisch dienen te onderbouwen. Ik ben van mening dat we dit ook kunnen, zelfs als beschikken we helaas nog niet over het volledige personeelsdossier van cliënte.’ Werkneemster heeft daarnaast gesteld dat bij brief van 14 juli 2014 aan IBM is bericht dat uit de beschikbare stukken evident blijkt van een zeer hoge werkdruk en van het negeren van signalen door de leidinggevende van werkneemster. Werkneemster heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waarom zij een voorlopig getuigenverhoor wenst over de omstandigheden waaronder zij haar opgedragen werkzaamheden bij IBM heeft moeten verrichten. Het voorlopig getuigenverhoor ziet er immers op om gelegenheid te bieden vooraf opheldering te krijgen omtrent bepaalde feiten, zulks teneinde een belanghebbende in staat te stellen haar positie te bepalen. Uit hetgeen werkneemster heeft gesteld volgt dat die duidelijkheid er voor haar al is.