Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 18 maart 2015
ECLI:NL:RBNHO:2015:4630
VOF Buurtjes Horeca Leverancier/werknemer c.s.
Werknemer is op 15 november 2013 in dienst getreden bij Buurtjes, als orderpicker/chauffeur. Op 27 november 2014 heeft een incident plaatsgevonden, waarbij werknemer in werktijd bij een klant van Buurtjes een klap heeft uitgedeeld aan een daar aanwezige relatie van hem. Bij brief van 29 november 2014 heeft Buurtjes in verband met het incident een waarschuwing gegeven aan werknemer. Daarbij is erop gewezen dat werknemer al eerder agressief gedrag had vertoond aan medeweggebruikers en collega’s, en dat bij herhaling het contract voor bepaalde tijd tussentijds zal worden beëindigd. In een e-mail van 3 december 2014 heeft werknemer aan Buurtjes onder andere laten weten dat het niet goed met hem gaat en dat hij direct contact gaat opnemen met zijn psychiater. In een e-mail van 10 december 2014 heeft werknemer daaraan toegevoegd dat hij voor zijn ‘losse handjes en psychische klachten’ onder behandeling is, en heeft hij Buurtjes verschillende verwijten gemaakt. Op 4 december 2014 heeft werknemer zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft vastgesteld dat werknemer arbeidsongeschikt is. Buurtjes verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden. Aan dit verzoek legt Buurtjes ten grondslag dat werknemer ontoelaatbaar gedrag vertoont op de werkvloer, dat hij meerdere malen is aangesproken op agressief gedrag en dat desondanks een tweede keer een handgemeen heeft plaatsgevonden, en dat werknemer Buurtjes een slechte naam bezorgt bij klanten.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelet op het opzegverbod tijdens ziekte (art. 7:670 lid 1 BW), wordt het ontbindingsverzoek afgewezen. Volgens het verslag van de bedrijfsarts van 25 februari 2014 is uit de ontvangen medische informatie gebleken dat bij werknemer sprake is psychische klachten, die er onder meer toe leiden dat werknemer problemen heeft met het adequaat hanteren van emoties, met impulscontrole met kans op agressieve uitingen en met het omgaan met conflicten. Gezien de aard van deze medische problemen is voldoende aannemelijk dat die problemen een relatie hebben met de incidenten op grond waarvan Buurtjes ontbinding vraagt. Bij die incidenten was immers ook sprake van agressieve uitingen en van een kennelijk gebrek aan controle over emoties bij conflicten. Daaruit volgt dat ervan moet worden uitgegaan dat die incidenten (mede) zijn veroorzaakt door de ziekte van werknemer. Dat betekent dat er een verband is tussen het ontbindingsverzoek en de ziekte van werknemer, zodat het verzoek niet kan worden ingewilligd. De stelling van Buurtjes dat de psychische problemen van werknemer ten tijde van de incidenten nog niet aan de orde waren, althans niet zo ernstig, zodat er ook geen verband is tussen de ziekte van werknemer en die incidenten, kan niet worden gevolgd. In zijn e-mail van 3 december 2014 merkt werknemer op dat het ‘weer niet goed’ met hem gaat, dat hij het ‘al een tijdje’ niet meer trekt en dat hij direct weer langs zijn psychiater gaat. Uit deze e-mail blijkt dat de psychische problemen van werknemer al langere tijd spelen en dat hij ook al onder behandeling was van een psychiater. In ieder geval is aannemelijk dat die psychische problemen al aan de orde waren ten tijde van het incident op 27 november 2014. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.