Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 15 juni 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:4196
werknemer/Fondel Staff B.V.
Na eerst bij Fondel gedetacheerd te zijn geweest, heeft werknemer op 1 oktober 2014 van Fondel het voorstel gekregen om voor de duur van een jaar in de functie Financial Controller Commodities in dienst te treden. Op 2 oktober 2014 is werknemer ziek uitgevallen. Op 9 oktober 2014 heeft hij getracht zijn werkzaamheden te hervatten, maar is diezelfde dag kort daarna weer ziek naar huis gegaan. Op 13 oktober 2014 is werknemer naar het kantoor van Fondel gekomen en heeft hij de arbeidsovereenkomst ondertekend. Op 31 december 2014 heeft een psycholoog vastgesteld dat werknemer een depressie en een burn-out heeft en dat een behandelperiode van zes maanden wordt verwacht. Fondel heeft de arbeidsovereenkomst met een beroep op dwaling (art. 6:228 BW) vernietigd. Volgens Fondel had werknemer Fondel bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst moeten informeren over zijn gezondheidsproblemen. Kern van het geschil betreft de vraag of Fondel de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft vernietigd.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Fondel heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de arbeidsovereenkomst op grond van dwaling rechtsgeldig is vernietigd. Daarvoor dient immers voldoende aannemelijk te zijn dat werknemer ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk wist dat zijn gezondheidstoestand dermate slecht was dat dit hem ingrijpend en langdurig zou belemmeren in de uitoefening van de overeengekomen werkzaamheden, doch dat hij desondanks Fondel van het voorgaande niet op de hoogte heeft gesteld. Werknemer heeft gesteld dat hij ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst griep had en er daarnaast in zijn privésituatie (relatie)problemen speelden. Hoewel hij op dat moment het vermoeden had dat zijn fysieke en psychische klachten voortvloeiden uit problemen in zijn privésituatie, wist hij niet dat dit een langdurig effect zou hebben op zijn functioneren, aldus werknemer. Daarbij komt dat door werknemer is gesteld dat het incident dat zich in zijn privésituatie op 10 november 2014 heeft voorgedaan, te weten na het sluiten van de arbeidsovereenkomst, de prikkel was die tot een zodanige verslechtering van zijn fysieke en psychische gesteldheid heeft geleid, dat dit hem niet meer in staat stelde zijn werkzaamheden op normale wijze te verrichten. De door Fondel eenzijdig opgestelde en overgelegde weergave van de op 17 oktober 2015 en 30 januari 2015 gevoerde gesprekken, waarop Fondel haar standpunt baseert is, temeer nu de juistheid daarvan door werknemer wordt betwist, vooralsnog onvoldoende om aan te nemen dat de gezondheidssituatie van werknemer ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst al zodanig slecht was, alsmede dat werknemer zich bewust was van de ernst en invloed daarvan op de uitoefening van zijn werkzaamheden, zodat hij daarvan melding had behoren te maken. In de bodemprocedure is niet te verwachten dat de vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens dwaling standhoudt. Voorts faalt het beroep van Fondel op de uitsluitingsgrond van artikel 7:629 lid 3 onderdeel a BW, omdat niet geconcludeerd kan worden dat werknemer opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt nu allereerst niet vaststaat dat de gezondheidssituatie van werknemer ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst al dermate slecht was dat dit het verrichten van zijn werkzaamheden ingrijpend en langdurig zou belemmeren en voorts, dat werknemer zich op dat moment bewust was van de ernst van zijn gezondheidsproblemen en de gevolgen hiervan voor de uitoefening van zijn werkzaamheden, zodat niet gesteld kan worden dat hij daarover opzettelijk heeft gezwegen.