Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 2 juni 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:6327
werknemer/Stichting Hagaziekenhuis
Werknemer is sedert 1 april 1996 in dienst van Stichting Hagaziekenhuis (hierna: de Stichting). Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Ziekenhuizen van toepassing. Werknemer is op 1 juni 2013 wegens pensionering uit dienst getreden. Werknemer stelt dat hij recht heeft op uitbetaling van onregelmatigheidstoeslag over vakantie- en verlofuren. Hij vordert betaling van € 5.554,72 bruto over het tijdvak van 21 augustus 2008 tot 1 juni 2013. Werknemer legt aan zijn vordering ten grondslag dat de Stichting het loonbegrip voor de bepaling van het vakantiegeld onjuist toepast. Werknemer beroept zich op het arrest Williams e.a./British Airways (HvJ EU 15 september 2011, AR 2011-0746).
De kantonrechter oordeelt als volgt. Artikel 7:639 BW bepaalt dat de werknemer gedurende zijn vakantie recht op loon behoudt, terwijl artikel 7:645 BW bepaalt dat daarvan niet ten nadele van werknemer kan worden afgeweken. Wat onder het begrip loon verstaan dient te worden is uitgelegd door het Hof van Justitie EU. Bepalend voor de vraag of een werknemer recht heeft op onregelmatigheidstoeslag gedurende zijn vakantie is het antwoord op de vraag of de toeslag intrinsiek samenhangt met de hem opgedragen taken. In onderhavige zaak staat vast dat werknemer uitsluitend in nachtdiensten werkte, waarvoor hij een onregelmatigheidstoeslag ontving. Gelet op de bestendigheid van het 's nachts werken dient de conclusie te zijn dat de onregelmatigheidstoeslag een intrinsiek deel uitmaakt van de aan werknemer toegekende taken waarvoor hij genoemde toeslag ontving. Een en ander wordt niet anders doordat de toepasselijke cao bepaalt dat werknemers tijdens vakantie recht hebben op behoud van salaris, waarbij salaris gedefinieerd wordt als brutomaandsalaris exclusief onder meer vergoeding voor onregelmatige diensten. Geoordeeld moet worden dat een dergelijke bepaling in strijd is met het dwingend recht als hiervoor vermeld. Dat de Stichting vorderingen als de onderhavige niet meer kan doorberekenen aan de ziektekostenverzekeraars betekent niet dat zij in strijd met dwingende rechtsbepalingen mag handelen. Dat de redelijkheid of billijkheid zich verzet tegen onverkorte handhaving van een dwingende rechtsbepaling valt niet in te zien, althans de Stichting draagt daarvoor onvoldoende argumenten aan. De door de Stichting aangevoerde omstandigheden dat toewijzing van de vordering in strijd zou zijn met de cao, partijen gebonden en betrokken zijn, de cao algemeen verbindend is verklaard en een standaardkarakter heeft en toewijzing van de vordering precedentwerking zal hebben en zal leiden tot ontoelaatbare toename van de loonsom waar de Stichting geen budget voor heeft, brengen niet de door de Stichting gestelde strijd met de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid met zich. De Stichting heeft wel aangevoerd dat doorbetaling van onregelmatigheidstoeslag tijdens vakantie haar jaarlijks een bedrag kost van circa € 960.000, maar onduidelijk is welke groep werknemers zij daarbij als relevant heeft betrokken en ook of voor alle werknemers in deze groep geldt dat de onregelmatigheidstoeslag onderdeel is van het loon. Daarbij komt dat dit bedrag, zo al juist, voor een ziekenhuis van de grootte als de Stichting (3600 werknemers) niet onoverkomelijk voorkomt. Deze uitspraak is in lijn met het arrest van het Hof Den Haag d.d. 2 juli 2013 (AR 2014-0232) zodat de kantonrechter de Stichting ook niet volgt in haar verweer dat eiser deze procedure kennelijk zou hebben ingesteld als drukmiddel in de cao-onderhandelingen. De Stichting draagt ten slotte onvoldoende argumenten aan om aan te kunnen nemen dat er sprake is van schuldeisersverzuim bij eiser als bedoeld in artikel 6:89 BW. Het verweer dat een eventueel veroordelend vonnis een stroom van zaken zou kunnen losmaken waardoor voor de Stichting onoverkomelijke financiële moeilijkheden zullen ontstaan is onvoldoende feitelijk onderbouwd. De vordering tot betaling van onregelmatigheidstoeslag over het tijdvak 21 augustus 2008 tot 1 juni 2013 wordt toegewezen.