Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 17 juli 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:4831
werkneemster/EuroCollege Management School B.V.
Werkneemster is op 10 februari 2011 in dienst getreden bij EuroCollege in de functie van senior medewerker examenbureau/scriptiebegeleider op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, durende tot en met 30 april 2011. Deze overeenkomst is vervolgens tweemaal verlengd voor de duur van een jaar. In april 2013 hebben partijen gecorrespondeerd over het verdere verloop van de arbeidsrelatie en een onderbreking van drie maanden. De derde arbeidsovereenkomst, die aanvankelijk liep vanaf 1 mei 2012 tot en met 30 april 2013, is gewijzigd in een overeenkomst vanaf 1 mei 2012 tot en met 30 juni 2013. Partijen hebben daarnaast een arbeidsovereenkomst gesloten voor de periode vanaf 7 oktober 2013 tot en met 30 september 2014. In de maand juni 2013 heeft werkneemster naast haar maandsalaris een betaling ter hoogte van drie maandsalarissen ontvangen. Op 8 juli 2014 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Werkneemster heeft gevorderd voor recht te verklaren dat haar arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd per 1 oktober 2014 en EuroCollege te veroordelen tot betaling van het loon over het tijdvak van 1 oktober 2014 tot 1 februari 2015 en het maandelijkse brutoloon vanaf 1 februari 2015 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd. Zij beroept zich op de ketenregeling (art. 7:668a BW).
De kantonrechter oordeelt als volgt. In casu hebben tussen partijen in ieder geval drie opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd bestaan in de periode vanaf 10 februari 2011 tot en met 30 april 2013. Hiervan is de laatste arbeidsovereenkomst in april 2013 gewijzigd in een arbeidsovereenkomst tot en met 30 juni 2013. Ten aanzien van het standpunt van werkneemster dat hiermee sprake is van een verlenging van de derde arbeidsovereenkomst voor de duur van twee maanden en dat daarmee een (vierde) arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan, wordt als volgt overwogen. Partijen mogen bij een arbeidsovereenkomst nadere afspraken maken en wijzigingen in de bepalingen van die overeenkomst aanbrengen. Dat geldt ook voor de wijziging van de duur waarvoor de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan. In casu hebben partijen de duur van de derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in onderling overleg gewijzigd, omdat dat beide partijen beter uitkwam in verband met de scriptieperiode die tot 1 juli 2013 duurde en in verband met de vakantieplannen van werkneemster. Er zijn geen feiten en/of omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan de afspraak tot wijziging van de duur van de derde arbeidsovereenkomst in het onderhavige geval tot gevolg zou moeten hebben dat per 1 mei 2013 tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Vaststaat dat werkneemster in de periode vanaf 1 juli 2013 tot 7 oktober 2013 geen werkzaamheden voor EuroCollege heeft verricht. De te beantwoorden vraag is of hiermee ook feitelijk sprake is geweest van een onderbreking van het dienstverband. De stelling van werkneemster dat de betaling in juni 2013 ter hoogte van drie maandsalarissen daadwerkelijk het salaris voor drie maanden, te weten de maanden juli, augustus en september 2013 betrof, is onvoldoende gemotiveerd betwist door EuroCollege zodat van de juistheid van die stelling zal worden uitgegaan. Daar komt bij dat reeds in april 2013 tussen partijen is afgesproken dat werkneemster in oktober 2013 weer een aanvang zou maken met haar werkzaamheden. De tussenpoos waarin werkneemster geen werkzaamheden verrichtte maar wel salaris ontving, moet in casu rechtens worden gekwalificeerd als een periode van betaald verlof, gedurende welke de arbeidsovereenkomst doorliep. Daarmee is een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. Deze is niet van rechtswege geëindigd, zodat de gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen. Het gevorderde (achterstallige) salaris wordt eveneens toegewezen.