Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemers/Thuiszorg van Oranje Service B.V. tevens handelende onder de naam Thuiszorg van Oranje Amsterdam
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 juni 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:4576

werknemers/Thuiszorg van Oranje Service B.V. tevens handelende onder de naam Thuiszorg van Oranje Amsterdam

Veroordeling tot betaling vakantiebijslag aan veertig ex-werknemers. Aansprakelijkheid aandeelhouder/moedermaatschappij.

Veertig werknemers, eisers in deze procedure, zijn medio 2011 in dienst getreden van Thuiszorg van Oranje Amsterdam (hierna: TVOA) als ADL-assistent danwel Helpende. Thuiszorg van Oranje (hierna: TVO) is enig aandeelhouder en enig bestuurder van TVOA. De werknemers hebben ieder op 12 april 2012 op staande voet ontslag genomen bij TVOA, samengevat omdat hun loon achtereenvolgens vijf maal niet op tijd werd betaald. De werknemers vorderen betaling van achterstallige vakantiebijslag, inclusief wettelijke rente en wettelijke verhoging. De werknemers vorderen ook afgifte van de jaaropgaven 2012. Zij spreken zowel TVOA als TVO aan.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelet op de erkentenis van TVOA staat vast dat zij terzake van vakantiebijslag aan ieder van de werknemers verschuldigd is. Het beroep op verrekening wordt verworpen, nu de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen (art. 6:136 BW). De werknemers hebben immers gemotiveerd betwist dat er sprake is geweest van een onregelmatige opzegging hunnerzijds uit hoofde waarvan zij jegens TVOA schadeplichtig zouden zijn en TVOA heeft haar tegenvordering niet bij wege van reconventionele vordering ter beoordeling ingediend. TVOA wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde vakantiebijslag. De niet tijdige voldoening van de verschuldigde vakantiebijslag is TVOA toe te rekenen, zodat zij de wettelijke verhoging van 50 procent aan de werknemers verschuldigd is. Voor matiging van de wettelijke verhoging is geen aanleiding. TVOA is ook de wettelijke rente verschuldigd. De vordering tot afgifte van de jaaropgaven 2012 wordt eveneens toegewezen.

Ten aanzien van de vordering jegens TVO oordeelt de kantonrechter als volgt. Op basis van artikel 2:175 BW is uitgangspunt dat TVO als aandeelhouder in beginsel niet aansprakelijk is voor schulden van haar dochter TVOA. Dat beginsel van uitsluiting van aansprakelijkheid van de aandeelhouder wordt slechts doorbroken in het geval dat sprake is van een onrechtmatige daad van de aandeelhouder/moedervennootschap. TVO heeft niet gemotiveerd betwist dat X als de ultieme aandeelhouder feitelijk in beide vennootschappen het beleid bepaalt en de beslissende zeggenschap heeft. Voorts is niet weersproken dat alle geldstromen zich bevinden in TVO, dat TVO door het Zorgkantoor betaald is voor de door de werknemers verrichte werkzaamheden en dat TVO vervolgens TVOA moet betalen. Dat TVO (X) er geen zorg voor heeft gedragen dat TVOA de vakantiebijslag aan de werknemers heeft uitgekeerd, valt TVO toe te rekenen. TVO is daarom tevens aansprakelijk voor de schade die de werknemers lijden indien TVOA haar verplichtingen niet nakomt. Nu de werknemers kennelijk eerst willen trachten hun vorderingen te innen bij TVOA en jegens TVO een voorwaardelijke vordering hebben ingesteld, beslist de kantonrechter dienovereenkomstig.