Rechtspraak
X/YRechtbank Oost-Brabant, 17 juli 2015
X/Y
X is voornemens een rechtsvordering in te stellen tegen belanghebbende Y wegens een onrechtmatige daad. Y was in dienst van het UWV. Het UWV vordert van X een bedrag van ruim € 42.000 in verband met teruggevorderde WW-uitkering en een boete van € 770. X stelt dat hij bij Y duidelijk kenbaar had gemaakt dat hij een eigen bedrijf had. X verzoekt tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor. Hij wenst de betrokken personen te horen om duidelijkheid te verkrijgen over het feit of Y onrechtmatig heeft gehandeld jegens X.
De rechtbank oordeelt als volgt. De stelling van X dat het handelen van Y onrechtmatig is, is onvoldoende onderbouwd. Niet is gebleken dat het feit dat X door een beslissing van het UWV de door X te veel ontvangen WW-uitkering en boete dient te betalen het gevolg is van onrechtmatig handelen door Y. X heeft zijn belang bij een voorlopig getuigenverhoor onvoldoende aangetoond. Het verzoek wordt afgewezen.