Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 21 juli 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:1952

werknemer/werkgever

Ontslag bedrijfsleider wegens betaling privénota's met gelden werkgever.

Werknemer is op 20 april 2010 voor 36 uur per week in dienst getreden van werkgever in de functie van bedrijfsleider tegen een salaris van 3.500 euro. Hij is als bedrijfsleider onder meer belast met het opmaken van de weekstaten en het afstorten van kasgeld. Op 13 februari 2013 heeft werkgever werknemer op staande voet ontslagen wegens (verdenking van betrokkenheid bij) verduistering van 90.000 euro en het laten betalen van privérekeningen door werkgever (fraude). De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. De kantonrechter oordeelde dat reeds het laten betalen van energierekeningen ten laste van werkgever, een dringende reden oplevert.

Het hof oordeelt als volgt. Zelfs al zou juist zijn dat werknemer is benaderd door Z en dat het energiecontract dat Z aanbood voor werkgever gunstiger zou zijn dan het lopende energiecontract, verklaart dat nog niet waarom – indien één werknemer per bedrijf zou mogen meeprofiteren van het gunstige aanbod – dit werknemer zou moeten/mogen zijn. Niet werknemer, maar O was immers de eigenaar (aandeelhouder) van werkgever. Het had daarom in de rede gelegen dat werknemer met O had overlegd of zij ermee akkoord ging dat hij gebruikmaakte van het aanbod. Als niet weersproken staat vast dat werknemer dat niet heeft gedaan. Werknemer verklaart verder ook niet waarom op het machtigingsformulier ter zake van zijn huisaansluiting een rekeningnummer van werkgever is vermeld. Indien het zijn bedoeling was de rekeningen ter zake van energieleveringen aan zijn huisadres zelf te betalen, had het in de rede gelegen dat een privérekeningnummer op het betreffende machtigingsformulier was ingevuld. Dat niet werknemer zelf, maar Z het machtigingsformulier heeft ingevuld, is daarbij niet van belang. Aangenomen moet worden dat Z het rekeningnummer niet zelf heeft verzonnen, maar heeft doorgekregen van werknemer. Het hof acht genoemde handelwijze van werknemer voor een bedrijfsleider dermate ongepast, dat het hof evenals de kantonrechter van oordeel is dat voornoemde handelwijze van werknemer een zelfstandige dringende reden oplevert voor een ontslag op staande voet.