Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Pensioenfonds Allianz Nederland
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 mei 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:3491

werknemer/Stichting Pensioenfonds Allianz Nederland

Onjuiste UPO’s zijn geen pensioentoezegging, zodat hieraan geen rechten kunnen worden ontleend. Beroep op artikel 3:35 BW faalt.

Werknemer is van 1 maart 1974 tot 1 mei 2009 op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst geweest bij Allianz Nederland Groep N.V. Werknemer en Allianz Nederland Groep hebben een pensioenovereenkomst gesloten. Pensioenfonds Allianz is de pensioenuitvoerder. In (onder meer) de jaren 2009, 2010 en 2011 heeft werknemer Uniforme Pensioenoverzichten (hierna: UPO’s) ontvangen, met daarop de stand van het ouderdomspensioen. Gebleken is dat de op deze UPO’s genoemde bedragen aan ouderdomspensioen foutief waren. In de onderhavige procedure stelt werknemer zich op het standpunt dat hij erop mocht vertrouwen dat het op het UPO 2011 vermelde bedrag aan ouderdomspensioen juist was. Op grond van artikel 3:35 BW is Pensioenfonds Allianz dan ook gehouden hem levenslang het bedrag aan ouderdomspensioen te betalen dat vermeld staat op het UPO 2011 dat Pensioenfonds Allianz in eerste instantie aan hem heeft verstrekt, aldus werknemer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor een geslaagd beroep op artikel 3:35 BW is in de eerste plaats vereist dat werknemer gerechtvaardigd heeft vertrouwd op een rechtshandeling van Pensioenfonds Allianz ex artikel 3:33 BW. Wil sprake zijn van een dergelijke rechtshandeling dan moet Pensioenfonds Allianz met het verzenden van de UPO’s een rechtsgevolg, ofwel verplichtingen, in het leven hebben willen roepen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit niet het geval. Mede gelet op de gemaakte voorbehouden, in het bijzonder de zin: 'Het pensioenreglement is uiteindelijk bepalend.' heeft Pensioenfonds Allianz met het verstrekken van de UPO’s willen voldoen aan haar in artikel 38 PW genoemde verplichting om haar deelnemers jaarlijks te informeren over (onder meer) de verworven pensioenaanspraken, maar niet om een pensioentoezegging te doen. Het beroep van werknemer op artikel 3:35 BW faalt. Werknemer heeft subsidiair aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat Pensioenfonds Allianz toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar (zorg)verplichting om juiste informatie aan hem te verschaffen. Anders dan Pensioenfonds Allianz gaat de kantonrechter ervan uit dat werknemer hiermee een beroep heeft willen doen op artikel 6:74 BW. Ook deze grondslag kan de vordering niet dragen. Weliswaar is Pensioenfonds Allianz op grond van artikel 38 PW gehouden (onder meer) de UPO’s te verstrekken, maar mede gelet op de voorbehouden heeft Pensioenfonds Allianz niet de verplichting op zich genomen in te staan voor de juistheid van de op de UPO’s vermelde gegevens, zodat zij hier ook niet in kan tekortschieten. Volgt afwijzing van de vorderingen.