Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Horizon/werknemer
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 6 augustus 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:9289

Stichting Horizon/werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsrelatie. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling aangeboden vergoeding.

Werknemer is sinds 2013 in dienst van Stichting Horizon. Hij is arbeidsongeschikt. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de cao voor het primair onderwijs. Horizon verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer per 1 oktober 2015 te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW jo. artikel 7:669 lid 3 onderdeel g BW en daarbij te verstaan dat Horizon € 3.750 aan werknemer voldoet wegens kosten van outplacement en rechtsbijstand. Werknemer verzet zich tegen het verzoek en stelt primair dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Subsidiair verzoekt hij om de arbeidsovereenkomst te ontbinden per 1 oktober 2015 onder toekenning van de aangeboden vergoedingen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het opzegverbod tijdens ziekte staat gezien het bepaalde in artikel 7:671b lid 6 BW niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van werknemer. Gelet op de standpunten van partijen is sprake van een redelijke grond voor ontbinding zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel g BW en is herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk. De arbeidsovereenkomst wordt per 1 oktober 2015 ontbonden. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen. Gelet op artikel 7:671b lid 8 onderdeel c BW is voor toekenning van een billijke vergoeding alleen plaats indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat of als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren (zie Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p. 34). Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. Partijen zijn het erover eens dat werknemer aanspraak heeft op een vergoeding van in totaal € 3.750 wegens kosten van outplacement en rechtsbijstand. Horizon zal daarom worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding.