Naar boven ↑

Rechtspraak

LVDZ B.V./werkneemster
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 juli 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:5208

LVDZ B.V./werkneemster

Ontbinding arbeidsovereenkomst zieke werkneemster wegens verstoorde arbeidsrelatie. Geen transitievergoeding, omdat arbeidsovereenkomst korter dan 24 maanden heeft geduurd.

Werkneemster is sedert 1 januari 2015 in dienst van LVDZ als senior associate corporate finance advisory activiteiten, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ter voortzetting van een arbeidsovereenkomst met ingang van 1 mei 2014, in het kader van een overgang van onderneming. LVDZ verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW. LVDZ stelt dat daarvoor een redelijke grond aanwezig is, als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel g BW (verstoorde arbeidsrelatie), waarbij herplaatsing binnen een redelijke termijn niet tot de mogelijkheden behoort of in de rede ligt. Werkneemster erkent dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Pogingen om het probleem op te lossen hebben niet het gewenste resultaat opgeleverd. Andere passende functies binnen LVDZ zijn niet voorhanden. Werkneemster kan daarom niet anders dan zich refereren aan het oordeel van de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake is van een opzegverbod, nu werkneemster ongeschikt is tot het verrichten van de arbeid wegens ziekte. Gezien het bepaalde in artikel 7:671b lid 6 BW staat dit echter niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte, maar is gebaseerd op een verstoorde arbeidsverhouding. Werkneemster valt geen verwijt te maken. De arbeidsverhouding is zodanig verstoord, dat van LVDZ in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:671b lid 8 BW, met ingang van 1 september 2015. Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkneemster, zodat een verkorting van de termijn niet aan de orde is. Nu werkneemster niet heeft gesteld dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van LVDZ, is voor de toekenning van een billijke vergoeding geen plaats. Nu de arbeidsovereenkomst korter dan 24 maanden heeft geduurd is er voor toekenning van een transitievergoeding ex artikel 7:673 BW geen grond. Met het vorenstaande is na overleg met partijen ter zitting afgeweken van hun oorspronkelijke verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 31 juli 2015 onder toekenning van een vergoeding van € 2.750 bruto.