Naar boven ↑

Rechtspraak

GP International Holding N.V./werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 4 augustus 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:6604

GP International Holding N.V./werknemer

Afwijzing ontbindingsverzoek. Noodzaak organisatiewijziging is onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt. Niet uitgesloten dat ontbindingsverzoek verband houdt met arbeidsongeschiktheid.

Werkneemster is sinds 1 september 2009 in dienst van GPI in de functie van HR-manager. Op 26 maart 2015 is bij werkneemster de diagnose borstkanker gesteld met uitzaaiingen in de lymfeklieren. GPI verzoekt ontbinding wegens bedrijfsorganisatorische redenen onder toekenning van een vergoeding van € 35.000 bruto. Werkneemster beroept zich op (de reflexwerking van) het opzegverbod tijdens ziekte (art. 7:670 lid 1 BW).

De kantonrechter oordeelt als volgt. Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is GPI, mede gelet op het verweer van werkneemster, er niet in geslaagd voldoende te onderbouwen en aannemelijk te maken dat de functie van werkneemster is vervallen, althans dat de door GPI doorgevoerde organisatiewijziging daar noodzakelijk toe leidt. In het onderhavige geval is de beslissing van GPI over de organisatiewijziging een puur eenzijdige geweest. Ondanks het feit dat GPI gezien de omvang van haar organisatie verplicht is een ondernemingsraad te hebben, heeft zij geen ondernemingsraad ingesteld. Omtrent de organisatiewijziging kon dan ook geen advies gevraagd worden aan de ondernemingsraad. Evenmin heeft overleg of afstemming plaatsgevonden met de vakbonden. Voorts ontbreken stukken die de stelling van GPI ondersteunen dat de HR-afdeling de afgelopen jaren niet goed functioneerde. Het herstructureren van de HR-afdeling en het opheffen van de functie van HR-manager betekent niet automatisch dat ontslag dient te volgen. GPI heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er geen andere passende arbeid voor werkneemster voorhanden is. Tussen partijen is verder niet in geschil dat de directeur niet meer met werkneemster rechtstreeks wenste te communiceren. Dit zou mogelijk kunnen betekenen dat de werkelijke reden van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst veeleer gelegen is in een arbeidsconflict. Nu dit evenwel niet aan het verzoek ten grondslag is gelegd, kan daarop thans geen ontbinding worden gegrond. Voorts valt ook niet uit te sluiten dat het ontbindingsverzoek verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van werkneemster. GPI heeft het door werkneemster naar voren gebrachte vermoeden dat de werkelijke reden voor GPI om tot een beëindiging van de arbeidsrelatie te komen is gelegen in de arbeidsongeschiktheid van werkneemster onvoldoende weten te weerleggen. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.