Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting BSV/werknemer
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 25 augustus 2015
ECLI:NL:RBOVE:2015:3897
Met annotatie door A.R. Houweling

Stichting BSV/werknemer

Pro-formaontbinding. Op verzoek van partijen wordt een langere opzegtermijn gehanteerd dan wettelijk voorgeschreven en wordt een (billijke) vergoeding verstaan/toegekend.

(Vervolg AR 2015-0725.) Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen gesteld dat zowel werkgever als werknemer belang heeft bij een beslissing van de rechter omtrent de beëindiging van het dienstverband omdat het participatiefonds een dergelijke beslissing verlangt teneinde, zonder extra kosten voor werkgever, een wachtgelduitkering aan werknemer te kunnen verstrekken. Niet altijd is daarvoor een beschikking vereist, maar dan moet aan andere voorwaarden zijn voldaan, waaraan niet voldaan wordt. Voorts hebben partijen laten weten dat zij een nadere, langere, opzegtermijn zijn overeengekomen, die met zich brengt dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2016 in overeenstemming is met de wijze waarop de wetgever de kantonrechter heeft voorgeschreven de ontbindingstermijn te berekenen. De kantonrechter zal tot ontbinding met ingang van 1 januari 2016 overgaan. Zoals bij tussenbeschikking is overwogen, heeft de wetgever de kantonrechter niet de bevoegdheid gegeven tot toekenning van een vergoeding, anders dan een transitievergoeding of een billijke vergoeding, over te gaan. Partijen hebben laten weten dat zij ter zake een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten waarin de toezegging van werkgever is opgenomen. De kantonrechter verstaat dan ook dat werkgever zich bereid verklaard heeft om in het kader van de beëindiging van het dienstverband aan werknemer een vergoeding te betalen ten bedrage van € 23.000 bruto, van welk bedrag werknemer € 5.000 (incl. btw) onder meer, maar niet uitsluitend, kan aanwenden voor outplacement en/of scholing. Nu ontbonden wordt zoals is verzocht en aan werknemer een billijke vergoeding wordt toegekend, hoeft werkgever geen gelegenheid te worden gegeven om het verzoek in te trekken.