Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Cargill B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 10 augustus 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:5813

werknemer/Cargill B.V.

Bij vroegpensioen op verzoek werkgever, is werkgever als goed werkgever gehouden om de financiële gevolgen (waaronder opbouw ouderdomspensioen) in niet mis te verstane bewoordingen aan werknemer duidelijk te maken en te onderzoeken of werknemer zich daarvan voldoende bewust was.

Werknemer was vanaf 28 juli 1975 tot 1 mei 2012 in dienst bij Cargill. Sedert aanvang dienstverband nam werknemer deel aan de pensioenregeling van Cargill bij Stichting Pensioenfonds Cargill (hierna: het Pensioenfonds). In januari/februari 2012 heeft de directie van Cargill werknemer verzocht om met vervroegd pensioen te gaan in verband met bezuinigingen en om plaats te maken voor jongere medewerkers. Per 1 mei 2012 is werknemer met vervroegd pensioen gegaan. Werknemer vordert voor recht te verklaren dat Cargill aansprakelijk is voor de door werknemer als gevolg van onjuiste inlichtingen over zijn pensioen geleden en nog te lijden schade. Werknemer voert aan dat namens Cargill op zijn uitdrukkelijke vragen is verzekerd dat een vervroegd pensioen geen inkomstenderving tot gevolg zou hebben. Op basis van de naar achteraf bleek onjuiste informatie van Cargill heeft werknemer de onherroepelijke keuze gemaakt om zijn arbeidsovereenkomst met Cargill per 1 mei 2012, ongeveer twee jaar eerder dan de pensioenleeftijd, te beëindigen. Als werknemer had geweten dat hij door deze keuze inkomsten van € 5.260 bruto per jaar gedurende de eerste tien jaren en € 3.945 bruto per jaar daarna zou derven en er een lager partnerpensioen zou gelden, was hij nimmer met vervroegd pensioen gegaan.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Van belang is dat Cargill het initiatief heeft genomen om tot een regeling met werknemer te komen en hem te verzoeken om met vervroegd pensioen te gaan. Zij was in de gegeven omstandigheden dan ook als goed werkgever gehouden om de financiële gevolgen van de onderhavige regeling op alle punten en ook voor wat betreft de wijze van opbouw van het ouderdomspensioen in niet mis te verstane bewoordingen aan werknemer duidelijk te maken en deze ook zorgvuldig te onderzoeken en na te gaan of werknemer zich daarvan voldoende bewust was. Dit uitgangspunt geldt ook indien niet zou komen vast te staan dat werknemer uitdrukkelijk heeft gevraagd naar de gevolgen voor zijn ouderdomspensioen zoals hij stelt doch Cargill betwist. Het voorgaande geldt des te meer waar Cargill niet heeft bestreden dat werknemer in mei 2010 na overleg met Cargill heeft besloten om niet met vervroegd pensioen te gaan vanwege de nadelige financiële gevolgen die dit voor hem zou hebben. Geoordeeld wordt dat uit hetgeen Cargill naar voren heeft gebracht niet volgt dat zij aan de hiervoor vermelde verplichtingen heeft voldaan. De verzochte verklaring voor recht dat Cargill aansprakelijk is voor de door werknemer als gevolg van de onjuiste inlichtingen geleden en nog te lijden schade is toewijsbaar. Het verdient aanbeveling in overleg te treden met het Pensioenfonds of een verzekeraar om op andere wijze tot een oplossing te komen in het onderhavige geschil, waarbij bijvoorbeeld een eenmalig bedrag wordt voldaan door Cargill. Teneinde dit te bespreken wordt een comparitie gelast.