Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 3 augustus 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:6596
werknemer/Delite B.V.
Werknemer is per 1 juli 2010 bij Delite in dienst getreden als allround productie/magazijnmedewerker. Werknemer verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair vanwege een dringende reden ex artikel 7:679 lid 2 onderdeel a, c, g en/of i BW en subsidiair vanwege een verandering in de omstandigheden bestaande uit een verstoring van de arbeidsrelatie die aan Delite te verwijten valt. Hij verzoekt een vergoeding met C=2 toe te kennen. Delite heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Genoegzaam is gebleken dat de arbeidsverhouding inmiddels dusdanig verstoord is geraakt, dat een zinvolle samenwerking niet langer mogelijk is. Beide partijen streven ook een ontbinding van de arbeidsovereenkomst na, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Ten aanzien van de vergoeding wordt overwogen dat beide partijen een aandeel hebben gehad in de verstoorde arbeidsverhouding. Niet betwist is dat werknemer altijd goed heeft gewerkt. Dat hij zich bij een derde is gaan beklagen over de arbeidsomstandigheden bij Delite was geen verstandige zet, maar vervolgens gedraagt Delite zich ook niet echt zoals dat een goed werkgever betaamt. Want ook al zou het daadwerkelijk werknemer zijn geweest die ontslag had genomen toen Delite hem op bedoeld voorval aansprak, dan nog had zij zich als werkgever ervan dienen te overtuigen dat dit ook werkelijk de bedoeling was van werknemer voordat zij overging tot het stopzetten van het loon. Daar tegenover staat dat Delite de regeling die partijen vervolgens bereikt hebben, correct is nagekomen. Werknemer heeft zich – volgens eigen zeggen – als gevolg van het gebeurde ziek moeten melden en hij is gedurende lange tijd zelfs opgenomen geweest. Als hij zich dan eind 2014 beter meldt, stelt Delite geen passend werk voor hem te hebben nu hij immers geen nachtdiensten meer mag draaien. Het is begrijpelijk dat dit werknemer frustreert, maar het standpunt van Delite is net zo begrijpelijk. Volgens de door haar ingeschakelde deskundige is immers geen passend werk voor werknemer voorhanden. Mediation heeft niet tot een oplossing geleid. Omdat in deze procedure echter niet is vast komen te staan aan wie van partijen de verstoring van de arbeidsverhouding in overwegende mate te verwijten valt, wordt een vergoeding met C=1 (€ 17.058,28 bruto) toegekend.