Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 27 oktober 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:8120

werkgever/werknemer

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd bij doorwerken na derde contract en betwisting payrollconstructie?

Werknemer is op 15 september 2013 voor de duur van drie maanden als Accountmanager Zakelijke Dienstverlening bij D B.V. in dienst getreden. Deze arbeidsovereenkomst is op 16 december 2013 met drie maanden verlengd. Op 2 januari 2014 is de arbeidsovereenkomst met D B.V. vervangen door een arbeidsovereenkomst gesloten tussen werknemer en werkgever voor de duur van drie maanden en daarmee eindigend op 2 april 2014. De werkzaamheden van werknemer en de plaats waar werknemer zijn werkzaamheden uitoefende zijn gelijk gebleven. Aansluitend heeft werknemer een payrollovereenkomst met terugwerkende kracht ontvangen van F. Werknemer heeft de overeenkomst niet getekend maar een gesprek aangevraagd met zijn werkgever. Volgens werknemer is hij vervolgens op 14 april 2014 op staande voet ontslagen. Volgens werkgever is de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd.

Het hof oordeelt als volgt. Aan de vorderingen van werknemer is ten grondslag gelegd dat, na ommekomst van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met werkgever op 2 april 2014, de arbeidsovereenkomst met werkgever voor onbepaalde tijd is verlengd. Het hof stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat werknemer na 2 april 2014 dezelfde werkzaamheden heeft uitgevoerd als vóór 2 april 2014 en dat als de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en werkgever na 2 april 2014 is voortgezet de arbeidsovereenkomst van rechtswege is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De omstandigheid dat achteraf het loon over april door F is betaald, leidt op zichzelf niet tot een arbeidsovereenkomst. Of tussen werknemer en F een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, dient nader onderzocht te worden. In het kader van dit kort geding is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat die door werkgever gestelde afspraken zijn gemaakt. Dit leidt ertoe dat, nu tussen partijen niet in geschil is dat werknemer na 2 april 2014 zijn werkzaamheden op dezelfde wijze heeft voortgezet als hij dat vóór 2 april 2014 gewoon was, het hof het er voorshands voor heeft te houden dat het dienstverband met werkgever na 2 april 2014 is verlengd, waardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen.