Naar boven ↑

Rechtspraak

Algemene Centrale van Overheidspersoneel (ACOP FNV)/Staat der Nederlanden, diverse vakbonden c.s.
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 27 oktober 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:2949

Algemene Centrale van Overheidspersoneel (ACOP FNV)/Staat der Nederlanden, diverse vakbonden c.s.

Vordering ACOP FNV afgewezen. Loonruimteovereenkomst wel degelijk na open en reëel overleg tot stand gekomen.

Op 10 juli 2015 is tussen (onderhandelaars van) de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de overheidswerkgevers en CCOOP c.s. een onderhandelingsresultaat bereikt over loonruimte voor de publieke sector. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Loonruimte-overeenkomst Publieke Sector 2015 2016 (hierna: de loonruimteovereenkomst). Tot in de loop van 8 of 9 juli 2015 heeft ACOP FNV - de wat betreft het aantal leden grootste vakcentrale voor overheidspersoneel - aan de besprekingen deelgenomen. Daarna heeft ACOP FNV haar deelname aan de besprekingen gestaakt. De loonruimteovereenkomst houdt in dat overheidspersoneel meer loon krijgt, maar dat tegelijkertijd het ABP-pensioen wordt aangepast. De Pensioenkamer van de genoemde Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (verder: de Pensioenkamer) heeft op 3 september 2015 besloten de in de loonruimteovereenkomst gemaakte pensioenafspraken te formaliseren. Het besluit van de Pensioenkamer had de steun van de vertegenwoordigde werkgevers en de meerderheid van de vertegenwoordigde werknemersorganisaties (zijnde CCOOP c.s.). ACOP FNV heeft niet aan de besluitvorming in de Pensioenkamer deelgenomen, maar is als toehoorder tijdens de vergadering aanwezig geweest. Voorafgaand aan de vergadering van de Pensioenkamer hebben de advocaten van ACOP FNV bij brief van 2 september 2015 aan overheidswerkgevers en CCOOP c.s. onder meer geschreven dat alsnog open en reëel overleg binnen de ROP zal moeten plaatsvinden. ACOP FNV vordert intrekking van het besluit van de Pensioenkamer. ACOP FNV legt aan haar vordering ten grondslag dat het besluit van de Pensioenkamer van 3 september 2015 een gebrek heeft en daarmee jegens haar onrechtmatig is, omdat de overheidswerkgevers en CCOOP c.s. niet het vereiste open en reële overleg met ACOP FNV in de Pensioenkamer hebben gevoerd.

Het hof oordeelt als volgt. Voor de effectuering van hetgeen met de loonruimteovereenkomst op het onderdeel van de pensioenen werd beoogd (in elk geval wat betreft de indexering) is besluitvorming door de Pensioenkamer vereist. Partijen zijn het er - naar het oordeel van het hof terecht - over eens dat voor de besluitvorming door de Pensioenkamer open en reëel overleg is vereist, zijnde overleg, waarvan de uitkomst bij geen der partijen bij voorbaat mag vaststaan, terwijl het streven van alle partijen er ook op moet zijn gericht om door middel van dialoog tot overeenstemming te geraken en waarbij verwacht mag worden dat partijen met elkaars gerechtvaardigde belangen rekening houden. Het vereiste van open en reëel overleg impliceert dat de deelnemers aan de besluitvorming van de Pensioenkamer jegens elkaar de plicht hebben om dergelijk overleg te voeren en dat schending van die verplichting door één of meer deelnemers ten opzichte van één of meer andere deelnemers in beginsel onrechtmatig is. Vast staat dat ACOP FNV vanaf een zeer vroeg stadium bij de besprekingen is betrokken en dat zij is uitgenodigd voor het voeren van overleg met betrekking tot een tot stand te brengen loonruimteovereenkomst, inclusief afspraken over pensioen, en dat zij aan daarmee samenhangende gesprekken vanaf het begin heeft deelgenomen. Vast staat voorts dat vanaf het begin aan alle deelnemers aan de besprekingen duidelijk was dat deze tot inzet hadden een geïntegreerde aanpak van loon en pensioen. De gesprekken zijn aangevangen als informeel en oriënterend maar hebben in de loop der tijd materieel het karakter van onderhandelingen aangenomen, waarbij concrete tekstvoorstellen zijn uitgewisseld en geamendeerd, ook door ACOP FNV. Ook is door verschillende partijen bij die besprekingen water bij de wijn gedaan. Naar het oordeel van het hof heeft dit overleg open en reëel plaatsgevonden.

Het oordeel dat herhaling van het in het kader van de loonruimteovereenkomst gevoerde overleg binnen de Pensioenkamer niet nodig is, neemt niet weg dat ACOP FNV aanspraak had op open en reëel overleg over eventuele door haar aan te voeren thema’s die niet of onvoldoende in het voorafgaande overleg aan de orde waren gekomen. Vast staat dat dergelijk nader overleg binnen de formele setting van de Pensioenkamer niet is gevoerd. Het hof rekent dat aan ACOP FNV toe, omdat ACOP FNV het overleg binnen de Pensioenkamer zelf onmogelijk heeft gemaakt door daaraan slechts als toehoorder deel te nemen. ACOP FNV voert voor haar stellingname aan dat - kort gezegd - de andere partijen duidelijk hadden gemaakt dat overleg zinloos zou zijn, omdat zij aan de loonruimteovereenkomst zouden vasthouden. Ook uit de bepaling van de loonruimteovereenkomst die luidt: ‘Partijen spreken tot slot af dat de overeengekomen maatregelen door hun vertegenwoordigers in de Pensioenkamer één op één bekrachtigd zullen worden in de pensioenregeling’, volgt niet dat ACOP FNV mocht menen dat de andere partijen ongeacht de inbreng van ACOP FNV in de Pensioenkamer tot bekrachtiging van de desbetreffende afspraken in de loonruimteovereenkomst zouden overgaan.