Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 30 oktober 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:9182
werkgever/werkneemster
Werkneemster is sinds 1984 werkzaam als fysiotherapeut. In 2014 heeft werkgever de praktijk overgenomen. Tussen partijen is niet meer in geschil dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Werkgever verzoekt ontbinding op basis van de d-, e- en/of g-grond. Het verweer van werkneemster strekt primair tot afwijzing van het verzoek.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Hoewel werkneemster ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid wegens ziekte, staat het opzegverbod niet aan ontbinding in de weg. Het ontbindingsverzoek houdt namelijk geen verband met de arbeidsongeschiktheid. Ten aanzien van het gestelde disfunctioneren wordt het volgende overwogen. Na de overname van de praktijk door werkgever ging er een nieuwe wind in de praktijk waaien. Daar waar de vorige eigenaren de teugels lieten vieren, is ter zitting duidelijk geworden dat werkgever groot belang hecht aan (onder meer) het - in overeenstemming met de eisen die aan de beroepsgroep worden gesteld - volledig bijhouden van patiëntendossiers. Toen geconstateerd werd dat de patiëntendossiers van werkneemster niet compleet waren, heeft zij tot uiterlijk 1 december 2014 de tijd gekregen om deze dossiers in orde te maken. De deadline van 1 december 2014 is vervolgens bijgesteld naar 31 december 2014. Door werkneemster is niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken dat op 1 januari 2015 nog geen enkel dossier in Intramed (buiten het ‘oefendossier’) compleet door haar is bijgewerkt. Nu werkneemster, hoewel zij heeft aangegeven daartoe in staat te zijn, de dossiers in Intramed niet volledig dan wel in het geheel niet heeft ingevuld ondanks herhaalde verzoeken van werkgever, moet worden geoordeeld dat zij ongeschikt is voor het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken. Immers, het houden van een compleet dossier is voorgeschreven op grond van de aangehaalde Modelregeling Fysiotherapeut-Patiënt KNGF en het interne protocol. Werkneemster lijkt het belang van complete en nauwkeurig bijgewerkte patiëntendossiers, zoals dat ter zitting door werkgever is toegelicht, niet te onderkennen. Het verweer dat zij onvoldoende tijd heeft gehad om de patiëntendossiers compleet te maken, kan geen stand houden. Zij heeft daarvoor aanvankelijk drie en uiteindelijk vier maanden de tijd gehad. Het betoog van werkneemster dat voor haar niet duidelijk was wat van haar verlangd werd, kan niet worden gevolgd. In het protocol is namelijk exact omschreven wat van iedere fysiotherapeut (dus ook werkneemster) ten aanzien van het bijhouden van patiëntendossiers verlangd wordt. In het gesprek op 13 november 2014 is dat nogmaals mondeling door werkgever toegelicht. En ook hier geldt: de trainingen hebben het gewenste resultaat gehad nu de gemachtigde van werkneemster heeft bericht dat zij zich het systeem (Intramed) eigen heeft gemaakt. De conclusie uit het vorenstaande is dat de d-grond, zoals die in artikel 7:669 lid 3 BW is neergelegd, volledig is vervuld. Dit rechtvaardigt in verbinding met het bepaalde in artikel 7:671b lid 1 BW een ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Aan een beoordeling van de in artikel 7:669 lid 3 BW neergelegde e- en/of g-grond wordt mitsdien niet meer toegekomen. Nu geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, heeft werkneemster wel recht op de transitievergoeding (€ 51.431,20 bruto). Nu in deze procedure vaststaat dat er over 2014 gemiddeld 22 uren arbeid per week is verricht en de hoogte van de transitievergoeding mede aan de hand daarvan is vastgesteld, wordt geen aanleiding gezien om de transitievergoeding voorwaardelijk toe kennen of pas opeisbaar te laten worden indien in de andere, voor deze rechtbank aanhangige, procedure onherroepelijk is beslist.