Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 30 september 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:6868
zeevarenden/Coöperatieve Rabobank Rotterdam U.A.
Elf zeevarenden (eisers) waren op basis van een (zee-)arbeidsovereenkomst in dienst van Avra Towage. Er heeft geen premieafdracht plaatsgevonden aan de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij (hierna: BpfK). Avra Towage was dit op grond van de arbeidsovereenkomsten wel verplicht. Avra Towage is gefailleerd. Bij de werknemers is een (pre)pensioengat ontstaan. De zeevarenden willen deze schade verhalen op een aantal door hen bevaren schepen, die niet toebehoren aan de voormalig werkgever maar in aan haar gelieerde eenscheepsvennootschappen zijn ondergebracht. De zeevarenden vorderen dat hun vorderingen op Avra Towage uit wanprestatie onder de tussen deze en de betreffende eiser/werknemer gesloten (zee-)arbeidsovereenkomst, erin bestaande dat in de periode 2010-2014 (of het de betreffende eiser/werknemer aangaande gedeelte daarvan) geen (pre)pensioen is opgebouwd bij BpfK, bij voorrang boven hypotheek verhaalbaar zijn op één of meer van de zeven schepen die binnen de Avra-groep werden gebruikt en waarop hij heeft gevaren.
De rechtbank oordeelt als volgt. Mede gelet op de aard van de rechtsverhouding tussen eisers en Avra Towage (een arbeidsverhouding) en op de aard en de ernst van de wanprestatie van Avra Towage (Avra Towage heeft niet alleen jarenlang de werkgeversaandelen in de (pre)pensioenpremies niet aan het BpfK betaald, maar heeft ook nagelaten de werknemersaandelen daarin, die zij wel van eisers had ingehouden, af te dragen) rekent de rechtbank het ontstaan van het (pre)pensioengat van eisers toe aan de wanprestatie van Avra Towage. De door Avra Towage verschuldigde schadevergoeding dient derhalve een zodanige te zijn dat eisers in de positie worden gesteld dat er geen (pre)pensioengat was ontstaan, met andere woorden: een zodanige dat het (pre)pensioengat van eisers wordt verholpen. Op verzoek van Rabobank als hypotheekhouder is een aantal van de - te Curaçao te boek gestelde - schepen executoriaal verkocht. De vordering tot vergoeding van schade van de zeevarenden tegen hun werkgever is ontstaan uit (zee-)arbeidsovereenkomst zodat deze op de door iedere eiser bevaren schip is bevoorrecht op grond van artikel 8:211 aanhef en onderdeel b BW, zonder dat de beperking van het slot van die bepaling van toepassing is. Er is geen aanleiding om die vorderingen uit te smeren over de diverse schepen waarop of ten behoeve waarvan iedere eiser heeft gewerkt. Het geheel van de vordering tot herstel van het (pre)pensioengat is verhaalbaar op elk van die schepen. Partijen verschillen van mening over de wijze van begroting van de schade. Uit de door eisers in het geding gebrachte berekening van de schade blijkt niet dat hij de door de rechtbank aangewezen wijze van schadebegroting heeft gevolgd. Daarom zal de rechtbank eisers de gelegenheid geven om bij akte het beloop van alle vorderingen tot schadevergoeding van het (pre)pensioengat, gespecificeerd nader toe te lichten en met bewijsmiddelen te onderbouwen. De rechtbank heeft derhalve behoefte aan specificaties van de gevorderde kosten, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt welke kosten welke verrichtingen betreffen, en aan nadere onderbouwing van de stelling dat die kosten met voorrang boven de hypotheek van Rabobank op de (opbrengst van de) schepen verhaalbaar zijn ingevolge artikel 8:210, 8:211 (mogelijk in verbinding met art. 6:96 BW), 8:212 of 8:215 BW. Volgt aanhouding van de zaak.