Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 20 november 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:5493
Stichting ZINN/werkneemster
Werkneemster is sinds 2010 in dienst. De laatste functie die zij vervulde, is die van woonassistent. Werkgeefster verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden ingevolge artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW. Werkgeefster stelt dat sprake is van disfunctioneren. Het verbetertraject heeft niet tot verbetering van het functioneren van werkneemster geleid.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster heeft in oktober 2014 aan werkneemster kenbaar gemaakt dat zij niet tevreden is over het functioneren van werkneemster. Er zijn een vijftal concrete onderdelen van het functioneren benoemd, waarin het functioneren van werkneemster verbeterd diende te worden. Partijen zijn daartoe een verbeteringstraject overeengekomen en hebben de voortgang hierin meermalen tussentijds geëvalueerd. Zowel de verbeterpunten als de in beide tussentijdse evaluaties gemaakte afspraken zijn door werkgeefster vastgelegd in een aantal gespreksverslagen. De kantonrechter heeft geconstateerd dat een aantal verslagen door werkneemster zijn ondertekend ‘voor akkoord’ en andere niet. Werkneemster betwist echter niet dat zij akkoord is gegaan met het verbetertraject. Zij heeft evenwel in het licht van deze stukken onvoldoende gemotiveerd aangevoerd dat zij op alle verbeterpunten voldoet aan de door werkgeefster gestelde functie-eisen. Haar verweer behelst eigenlijk niet meer dan een blote ontkenning van de door de werkgeefster geuite bezwaren in haar richting. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat, hoewel werkneemster meerdere kansen heeft gehad haar functioneren te verbeteren, haar mogelijkheden daartoe ontoereikend zijn. De kantonrechter is verder van oordeel dat herplaatsing van werkneemster binnen een redelijke termijn niet in de rede ligt. Daarbij is het volgende van belang. Door werkgeefster is onbetwist aangegeven dat er geen andere passende functies beschikbaar zijn. De functies die daarvoor in aanmerking zouden komen, zijn een schoonmaakfunctie of een functie van keukenhulp. Op dit moment zijn geen vacatures in deze functies voorhanden. Op dit moment bestaat er wel een vacature voor een huishoudelijk medewerker thuiszorg. Dit is een functie die in feite hetzelfde inhoudt als de functie van woonassistent. Het verschil is dat de huishoudelijk medewerker thuiszorg ouderen thuis bezoekt, terwijl de woonassistent de werkzaamheden in de instelling verricht waar ouderen wonen. Nu gebleken is dat werkneemster niet voldoet aan de functie-eisen, ligt herplaatsing in een vergelijkbare functie waarin minder toezicht of begeleiding mogelijk is, niet in de rede. De kantonrechter deelt daarom niet de stellingname van werkneemster dat herplaatsingsmogelijkheden onvoldoende zijn onderzocht. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 januari 2016. Aan werkneemster wordt een transitievergoeding van € 1.362 bruto toegekend. Er is geen aanleiding om werkneemster een billijke vergoeding toe te kennen.