Naar boven ↑

Rechtspraak

Hardcore Holding B.V./X
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 30 november 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:13907

Hardcore Holding B.V./X

Overeenkomst in het kader van een affectieve relatie had enkel de strekking X een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud te verschaffen. Geen arbeidsovereenkomst ex artikel 7:610 BW.

Een medewerker (hierna: de medewerker) van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hardcore Holding B.V. (hierna: Hardcore) en X hebben gedurende enkele jaren een affectieve relatie met elkaar gehad, die in augustus 2015 is geƫindigd. Op 13 juli 2011 hebben Hardcore en X een schriftelijke arbeidsovereenkomst ondertekend. Hardcore verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met X voorwaardelijk, onder de voorwaarde dat in rechte mocht komen vast te staan dat de tussen partijen bestaande overeenkomst is aan te merken als een arbeidsovereenkomst, te ontbinden op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel g dan wel h BW. Aan dit verzoek legt Hardcore ten grondslag dat, indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst, de arbeidsverhouding zodanig verstoord is dat van Hardcore redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ter onderbouwing daarvan heeft Hardcore naar voren gebracht dat de overeenkomst die partijen zijn aangegaan niet voldoet aan de vereisten voor een arbeidsovereenkomst zoals neergelegd in artikel 7:610 BW, nu er nooit sprake is geweest van een gezagsverhouding en X niet daadwerkelijk arbeid heeft verricht. De reden dat Hardcore X maandelijks salaris betaalde bestond er uitsluitend uit dat de medewerker en X met elkaar een affectieve relatie hadden en de medewerker op deze manier in het levensonderhoud van X voorzag. In overleg met haar accountant heeft Hardcore voor deze geoorloofde constructie gekozen die meebracht dat voor X wel loonbelasting maar geen premies sociale verzekeringen en pensioenpremies werden ingehouden en afgedragen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Of sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen dient te worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden van het geval, waarbij doorslaggevende betekenis toekomt aan de vraag of partijen totstandkoming van een arbeidsovereenkomst hebben beoogd. Wat tussen hen heeft te gelden wordt bepaald door hetgeen hen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. De kantonrechter concludeert dat partijen nooit de bedoeling hebben gehad aan de schriftelijke overeenkomst uitvoering te geven in dier voege dat X werkzaamheden zou gaan verrichten voor Hardcore en dat eveneens vaststaat dat X nimmer feitelijk werkzaamheden heeft verricht. De overeenkomst had klaarblijkelijk geen andere strekking dan aan X een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud te verschaffen. Derhalve bevat de tussen partijen gesloten overeenkomst niet de verplichting tot het verrichten van arbeid en behelst zij evenmin het element van de gezagsverhouding, zodat de overeenkomst niet als een arbeidsovereenkomst kan worden getypeerd. Gezien het voorgaande is de voorwaarde waaronder Hardcore haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft gedaan niet vervuld. Het verzoek wordt afgewezen.