Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 15 februari 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:1035
SaaSplaza Nederland B.V./werknemer
Werknemer is bij – de zustervennootschap van SaaSplaza – PaaSplaza in dienst geweest. Tijdens het dienstverband heeft werknemer meerdere keren geld van zijn werkgever geleend. Volgens de overeenkomst tot geldlening is de te betalen rente 4% en is de lening opeisbaar, indien de arbeidsovereenkomst tussen partijen eindigt. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst met PaaSplaza opgezegd, tegen 1 september 2014. Thans vordert SaaSplaza veroordeling van werknemer tot betaling van het bedrag van € 3.605, 51. Daarnaast vordert SaaSplaza € 485,55 aan buitengerechtelijke kosten, € 600 aan de contractuele boete en voorts deze contractuele boete van € 100 per maand vanaf 1 april 2015. SaaSplaza stelt hiertoe dat uit hoofde van de overeenkomsten rond het einde van de arbeidsovereenkomst en de geldlening, werknemer tot betaling van deze bedragen gehouden is. Werknemer heeft tot op heden steeds beloofd alle bedragen af te betalen maar SaaSplaza heeft niets ontvangen, op één betaling van € 250 na. Werknemer erkent de geldlening en de verplichting tot afbetaling van de schuld.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu werknemer de geldlening erkent en ook de terugbetalingsverplichting niet weerspreekt, in de hoogte noch in de posten, kan de vordering van SaaSplaza voor wat betreft de hoofdsom en de contractuele rente worden toegewezen. Toegewezen zal derhalve worden het bedrag van € 3.355,51 (zijnde € 3.605,51 - € 250). Ook de buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen, nu deze door werknemer niet zijn betwist. Met betrekking tot de contractuele boete van € 100 per maand wordt overwogen dat de geldlening van SaaSplaza aan werknemer valt onder de werkingssfeer van het Wet op het consumentenkrediet (WCK), nu in het kader van de geldlening werknemer als consument moet worden gezien. Vervolgens wordt geoordeeld dat de contractuele boete van € 100 per maand, tezamen met de contractuele rente van 4%, de maximale vergoeding van de WCK te buiten gaat, terwijl het de kredietgever verboden is een hogere kredietvergoeding in rekening te brengen, te bedingen of te aanvaarden dan is toegelaten ingevolge artikel 35 van de WCK. Het maximale kredietpercentage uit hoofde van de WCK is de wettelijke rente plus 12%, derhalve thans 14% totaal (nu de wettelijke rente 2% bedraagt). De tussen SaaSplaza en werknemer overeengekomen 'boete' bedraagt een veelvoud daarvan. Gelet hierop zal de vordering van SaaSplaza met betrekking tot de boete van € 100 per maand worden afgewezen, nu dit beding ingevolge de WCK nietig is. De contractuele rente van 4% (per jaar) zal wel worden toegewezen.