Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Confessioneel Primair Onderwijs Waterland/werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 29 januari 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:1412

Stichting Confessioneel Primair Onderwijs Waterland/werknemer

Partijen zijn het erover eens dat werknemer ongeschikt is voor het verrichten van de bedongen arbeid en dat herplaatsing niet mogelijk is, zodat de arbeidsovereenkomst op die grond wordt ontbonden.

De Stichting Confessioneel Primair Onderwijs Waterland (hierna: De Stichting) verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer  te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onder a BW. Aan dit verzoek legt De Stichting ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – ongeschiktheid van werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van werknemer. Herplaatsing van werknemer is niet meer mogelijk. Dit wordt door werknemer niet betwist.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu werknemer heeft erkend dat hij ongeschikt is voor zijn functie, partijen het erover eens zijn dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet reëel is en herplaatsing van werknemer niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1 onder a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onder d BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van werknemer. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van drie maanden. Daarvan uitgaande zal de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8 onder a BW worden ontbonden met ingang van 1 mei 2016.