Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 29 februari 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:1663
Stichting Agora/werkneemster
Stichting Agora (hierna: de Stichting) verzoekt de arbeidsovereenkomst met werkneemster te ontbinden. Aan dit verzoek legt de Stichting ten grondslag dat sprake is van ongeschiktheid van werkneemster tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken. Herplaatsing is volgens de Stichting niet meer mogelijk. Werkneemster erkent dat zij ongeschikt is voor haar functie en dat er geen mogelijkheden zijn voor herplaatsing.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu partijen het erover eens zijn dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet reƫel is en herplaatsing van werkneemster niet meer mogelijk moet worden geacht, ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van drie maanden. Daarvan uitgaande zal de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8 onderdeel a BW worden ontbonden met ingang van 1 juni 2016. Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.