Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zutphen), 29 februari 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:1665
Stichting Agora/werkneemster
De Stichting verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Aan dit verzoek legt de Stichting ten grondslag dat sprake is van ongeschiktheid van werkneemster tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken. Herplaatsing van werkneemster is niet meer mogelijk. Dit wordt door werkneemster niet betwist.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu werkneemster heeft erkend dat zij ongeschikt is voor haar functie, partijen het erover eens zijn dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet reƫel is en herplaatsing niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van drie maanden. Daarvan uitgaande zal de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8 onderdeel a BW worden ontbonden met ingang van 1 juni 2016.