Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Het Samenwerkingsverband van de Doopsgezinde- en Remonstrantse Gemeente te Leiden
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 2 maart 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:2458

werknemer/Het Samenwerkingsverband van de Doopsgezinde- en Remonstrantse Gemeente te Leiden

Afwijzing voorlopige voorziening. Het spoedeisend belang van werknemer is niet gebleken en belang van toewijzing van de vordering is beperkt, nu de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2016 is ontbonden.

Werknemer is sinds 1 september 2005 in dienst van werkgever, een kerkgenootschap, als organist voor 4 uur per week. Na een arbeidsongeschiktheidsperiode van bijna twee jaar is werknemer op 3 september 2015 volledig arbeidsgeschikt verklaard. Werkgever heeft eind december 2015 een verzoek bij de kantonrechter te Leiden ingediend om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Op dat verzoek is beslist: de arbeidsovereenkomst is met ingang van 1 mei 2016 ontbonden. Thans vraagt werknemer bij wege van voorziening bij voorraad werkgever te veroordelen om hem, totdat de arbeidsovereenkomst op een rechtsgeldige wijze is geƫindigd, tijdens de kerkdiensten te laten spelen en aan hem een sleutel te verstrekken van de kerk, onder verbeurte van een dwangsom voor iedere dag dat werkgever in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen. Werkgever heeft de vorderingen bestreden.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer stelt dat hij door werkgever op non-actief is gesteld. Dat is door de werkgever niet weersproken, zodat de kantonrechter van de juistheid daarvan uit zal gaan. Partijen hebben ter zitting desgevraagd aan de kantonrechter meegedeeld dat de werknemer sinds medio september 2015 geen toegang meer heeft gehad tot de kerk en het orgel, zodat de kantonrechter daarvan uit zal gaan. Vast staat dus dat de werknemer al ten minste vijf en een halve maand niet op het orgel heeft kunnen spelen/gespeeld. Bij beschikking van heden in de ontbindingsprocedure is de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 mei 2016 ontbonden. Dat betekent dat er per 1 mei 2016 een rechtsgeldig einde komt aan de arbeidsovereenkomst en de vorderingen van werknemer in deze voorziening bij voorraad dus een beperkte strekking hebben, nu zij erop neerkomen dat de werknemer tot 1 mei 2016 het orgel mag bespelen en de beschikking krijgt over een sleutel van de kerk. De kantonrechter is van oordeel dat de vorderingen van de werknemer afgewezen moeten worden. Enerzijds is niet duidelijk waarom werknemer, indien hij meent een (spoedeisend) belang te hebben bij het kunnen bespelen van het orgel, zo lang heeft gewacht met het instellen van de onderhavige vorderingen. De omstandigheid dat de overdracht van het dossier van zijn rechtsbijstandsverzekeraar naar zijn huidige gemachtigde veel tijd heeft gekost is een omstandigheid die voor rekening en risico van werknemer komt. Bovendien valt niet goed in te zien wat het belang van werknemer is bij het voor een beperkte tijd nog kunnen bespelen van het orgel, waar hij thans al vijf en een halve maand niet op heeft kunnen spelen. Ten slotte is in de ontbindingsprocedure vastgesteld dat de arbeidsrelatie tussen partijen ernstig en duurzaam is verstoord, zodat ook op die grond voorshands geen aanleiding is de vorderingen van de werknemer toe te wijzen. De conclusie is dan ook dat de vorderingen van de werknemer afgewezen moeten worden.