Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Sociaal Werkvoorzieningsschap De Welplaat
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 29 maart 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:763

werknemer/Sociaal Werkvoorzieningsschap De Welplaat

Opzegging kennelijk onredelijk. Werknemer is uitgevallen voor zijn werk als direct gevolg van een ongeval tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. Dat niet is komen vast te staan dat het ongeval aan werkgever is te wijten, is slechts een factor die dient mee te wegen bij de vaststelling van de toe te kennen vergoeding. Gevolgencriterium.

Werknemer is per 30 augustus 1999 bij De Welplaat in dienst getreden. Op 11 januari 2010 is hij tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden uitgegleden en ten val gekomen. Na 11 januari 2010 heeft werknemer niet meer kunnen werken voor De Welplaat. De Welplaat heeft op 14 mei 2012, nadat een ontslagvergunning is verkregen van het UWV, de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd. Werknemer vordert dat het hof zal bepalen dat het door De Welplaat gegeven ontslag kennelijk onredelijk is en op die grond ten laste van De Welplaat aan werknemer een schadevergoeding zal toekennen van € 40.925. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Getoetst naar het gevolgencriterium ex artikel 7:681 lid 2 (oud) BW is in dit geval sprake van een kennelijk onredelijk ontslag. Daarbij speelt een belangrijke rol dat werknemer is uitgevallen voor zijn werk bij De Welplaat als direct gevolg van een ongeval tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. Tevens is van belang dat De Welplaat het salaris van werknemer - kennelijk conform de vigerende cao - ook in het tweede ziektejaar voor 100% heeft doorbetaald op basis van haar vaststelling dat sprake was van een bedrijfsongeval. Verder is van belang dat De Welplaat geen aanvullende voorziening heeft getroffen om de gevolgen van het bedrijfsongeval van werknemer te verzachten. Tevens wordt in aanmerking genomen dat werknemer feitelijk ruim tien jaar voor De Welplaat heeft gewerkt, dat werknemer sinds het ongeval geen betaald werk meer heeft verricht en dat zijn uitzicht op terugkeer in betaald werk, ook wanneer hij fysiek weer voldoende in staat zou zijn om betaald werk te verrichten, gering is, mede gelet op het ten processe gebleken feit dat werknemer ook reeds voor zijn indiensttreding bij De Welplaat een afstand had tot de arbeidsmarkt. Dat in dit geding niet is komen vast te staan - zoals hierna zal blijken - dat het ongeval aan De Welplaat is te wijten, doet hieraan niet af. Wel zal dit een factor zijn die dient mee te wegen bij de vaststelling van de toe te kennen vergoeding. De vergoeding die zal worden toegekend, betreft een bijzondere vorm van schadevergoeding die vooral als doel heeft een zekere genoegdoening te verschaffen, in overeenstemming met de aard en de ernst van de tekortkoming van De Welplaat en met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. De stellingen van werknemer die zien op de vaststaande feiten ten aanzien van het bedrijfsongeval falen, omdat werknemer heeft nagelaten toe te lichten wat de relevantie is van de gestelde feiten voor de beoordeling van de onderhavige vordering uit kennelijk onredelijk ontslag. Bij het bepalen van de schadevergoeding wordt onder meer in aanmerking genomen dat niet is komen vast te staan dat aan De Welplaat een verwijt kan worden gemaakt van het aan werknemer overkomen bedrijfsongeval en dat niet is komen vast te staan dat de tot op heden voortdurende arbeidsongeschiktheid van werknemer (volledig) is veroorzaakt door het ongeval. Evenmin is komen vast te staan dat de kosten van een door werknemer op 18 oktober 2012 ondergane operatie in causaal verband staat met het ongeval en ook is niet gebleken dat De Welplaat zich - anders dan in verband met de val van werknemer en de gedane opzegging - niet als goed werkgever zou hebben gedragen. Alles overwegende bepaalt het hof de door De Welplaat aan werknemer verschuldigde schadevergoeding naar billijkheid op € 5000. Volgt vernietiging van het bestreden vonnis.