Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 21 maart 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:2414
werkneemster/Stichting Het Rijksmuseum
Werkneemster is in dienst van het Rijksmuseum. Zij is per 9 augustus 2009 uitgevallen wegens een burn-out. Zij heeft werkzaamheden verricht in het kader van haar re-integratie. Werkneemster heeft vanaf 1 februari 2016 geen werkzaamheden meer verricht. Het Rijksmuseum heeft op 8 maart 2016 het UWV verzocht om toestemming te verlenen voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Werkneemster vordert wedertewerkstelling voor 20 uur per week. Zij stelt zich op het standpunt dat de werkzaamheden die zij tot 1 februari 2016 op afdeling X uitvoerde, voor haar passend zijn. Aangezien zij deze werkzaamheden reeds twee jaar verricht en aangezien ook het salaris is aangepast, moet worden aangenomen dat deze werkzaamheden inmiddels dienen te worden beschouwd als de bedongen arbeid.
De kantonrechter overweegt dat de vragen die in dit kort geding centraal staan ook aan de orde komen in het kader van het inmiddels door het Rijksmuseum bij het UWV ingediende verzoek om toestemming te verlenen voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst. Het UWV zal daarop in beginsel binnen 4 weken na indiening van het verzoek beslissen. De kantonrechter wil het UWV niet voor de voeten lopen met een voorlopig oordeel als daarvoor geen spoedeisende reden bestaat. Werkneemster heeft in dat kader aangevoerd dat zij graag snel duidelijkheid wil en in het werkritme wil blijven. De kantonrechter overweegt dat zij thans reeds ongeveer zeven weken uit het werkritme is en dat niet is onderbouwd op welke wijze werkneemster in haar belangen wordt geschaad als zij nog circa twee à drie weken op de uitslag van de procedure bij het UWV moet wachten. Dat zal ook het moment zijn waarop zij meer duidelijkheid krijgt. Het salaris van werkneemster wordt aan haar doorbetaald. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat werkneemster thans geen zodanig spoedeisend belang heeft dat het treffen van een voorlopige voorziening is gerechtvaardigd.