Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemers/Tennet TSO B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 11 mei 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:2603

werknemers/Tennet TSO B.V.

Eenzijdige wijziging van ploegendiensttoeslag in casu gerechtvaardigd. Stoof/Mammoet-rechtspraak. Werkgever heeft een redelijk voorstel tot wijziging van de ploegendiensttoeslag gedaan. Bovendien redelijke afbouwregeling.

Werknemers zijn in dienst van Tennet TSO BV (hierna: Tennet) in de functie van bedrijfsvoerders. De werknemers zijn op 31 januari 2014 door Tennet geïnformeerd over het besluit om de hoogte van de ploegendiensttoeslag met ingang van 1 maart 2014 af te bouwen naar de toeslag die overeenkomstig de cao Netwerkbedrijven is verschuldigd op grond van de daadwerkelijke zwaarte van het rooster dat de werknemers draaien. Werknemers vorderen onder meer dat Tennet wordt veroordeeld tot instandhouding van de ongewijzigde continudiensttoeslag van 30% van hun bruto maandloon – met terugwerkende kracht tot 1 januari 2014 – tot het moment dat deze rechtsgeldig zal zijn gewijzigd. Werknemers stellen zich op het standpunt dat de toeslag niet door Tennet eenzijdig mag worden gewijzigd en afgebouwd, omdat deze toeslag een primaire arbeidsvoorwaarde en verworven recht is.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan Tennet meent, heeft de cao Netwerkbedrijven geen standaard- maar een minimumkarakter. De cao laat op verschillende plaatsen ruimte voor afwijking, zonder dat uit de cao-tekst kan worden afgeleid dat deze opsomming limitatief bedoeld is. Tennet heeft zelf ook gebruik gemaakt van de mogelijkheid om ten gunste van haar personeel af te wijken van de cao, onder meer door in afwijking van de cao een vaste ploegendiensttoeslag van 30% toe te kennen en door bij de afbouw van de toeslagen vanaf 1 maart 2014 de afbouwregeling te versoepelen. Nu werknemers jarenlang een vaste ploegendiensttoeslag hebben ontvangen, is deze vaste toeslag deel gaan uitmaken van de primaire arbeidsvoorwaarden van werknemers. Bij de beoordeling van de vraag naar de rechtsgeldigheid van een eenzijdige wijziging van een dergelijke arbeidsvoorwaarde is artikel 7:611 BW leidend, in het bijzonder het arrest Stoof/Mammoet. De kantonrechter volgt werknemers niet in het standpunt dat van een voorstel van de zijde van Tennet geen sprake is geweest. Het door de Hoge Raad gestelde vereiste dat de werkgever een voorstel tot wijziging aan de werknemer doet, strekt ertoe dat partijen tijdig met elkaar overleggen over de aanleiding tot de door de werkgever verlangde wijziging en over de gevolgen die deze wijziging voor de werknemer persoonlijk heeft. In dit geval hield de verlaging van de ploegendiensttoeslag nauw verband met de wijziging van de WTR en de roosters. Dat Tennet er groot belang bij had dat de WTR en de roosters in 2014 werden gewijzigd, is niet in geschil. Ook staat vast dat over de WTR- en roosterwijziging langdurig en intensief overleg is gevoerd. Daarbij heeft Tennet herhaaldelijk meegedeeld dat bij deze wijziging de ploegendiensttoeslag zal worden verrekend naar de zwaarte van het rooster dat daadwerkelijk wordt gedraaid. Dat Tennet van de vaste ploegendiensttoeslag af wilde, was de bedrijfsvoerders bekend. Bovendien is niet gebleken van persoonlijke gevolgen of belangen, anders dan die met de wijziging van de roosters en de afschaffing van de vaste toeslag reeds gegeven waren. Het geschil gaat daarmee over de negatieve inkomensgevolgen die voor het collectief van de bedrijfsvoerders inherent waren aan de roosterwijziging. Vanwege dat collectieve karakter heeft Tennet zich in dit geval kunnen beperken tot de gevolgen van de WTR- en roosterwijziging voor het collectief waarvan werknemers deel uitmaken en mogen volstaan met de mededeling bij brieven van 31 januari 2014. Van haar mocht niet gevergd worden dat zij elke bedrijfsvoerder eerst nog een individueel voorstel deed. Tennet had voldoende zwaarwegende reden om de WTR te wijzigen en de ploegendiensttoeslag te gaan berekenen aan de hand van de zwaarte van de daadwerkelijke roostering. Van Tennet mocht niet worden gevergd dat zij de vaste ploegendiensttoeslag ook liet voortbestaan nadat begin 2014 de WTR was gewijzigd en de roosters waren aangepast. Van de in de jaren negentig kennelijk nog bestaande kostenneutraliteit van de vaste ploegendiensttoeslag was inmiddels geen sprake meer. Tennet heeft de afbouwregeling ten gunste van de bedrijfsvoerders aanmerkelijk versoepeld. Dit maakt dat de afbouwregeling redelijk is en dat van werknemers kon worden gevergd akkoord te gaan met de wens van Tennet om met ingang van 1 maart 2014 de ploegendiensttoeslag, overeenkomstig de regeling van bijlage 4 bij de cao, te berekenen naar de zwaarte van de daadwerkelijk gedraaide roosters. Volgt afwijzing van de vorderingen van werknemers.