Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 24 mei 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:4413

werknemer/werkgever

Aan toewijzing loonbetaling staat geen vervaltermijn in de weg. Werkgever heeft in dit kort geding onvoldoende aannemelijk gemaakt dat werknemer zelf ontslag heeft genomen.

Werknemer is op 1 december 2015 in dienst getreden bij werkgever in de functie van rijinstructeur. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een jaar, tot 1 december 2016. Werkgever stelt in een brief van 1 februari 2016 dat werknemer zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Op 10 februari 2016 heeft werknemer zich beschikbaar gesteld voor arbeid. Werkgever heeft een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend (zie AR 2016-0563). Werknemer vordert loondoorbetaling.

De kantonrechter stelt voorop dat aan een eventuele toewijzing van de vordering tot loonbetaling geen vervaltermijn in de weg staat, zoals bedoeld in artikel 7:686a lid 4 BW. Het gaat hier niet om een van de verzoeken als bedoeld in dat artikel, maar om een vordering tot loonbetaling in het kader van een geschil tussen partijen over de vraag of werknemer zelf ontslag heeft genomen. Werkgever beroept zich erop dat werknemer zelf ontslag heeft genomen op 1 februari 2016. Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv is het dan aan werkgever om te bewijzen dat van een dergelijke ontslagname sprake is geweest. De kantonrechter constateert dat de standpunten van partijen haaks op elkaar staan en dat beide partijen hun standpunten op zichzelf voldoende hebben gemotiveerd en onderbouwd. De kantonrechter kan in dit kort geding niet vaststellen wie er gelijk heeft. Daartoe is nadere bewijslevering nodig, met name door getuigen, maar daarvoor leent deze procedure zich niet. Dat brengt mee dat ervan moet worden uitgegaan dat werkgever in dit kort geding onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat werknemer zelf ontslag heeft genomen. De door werkgever overgelegde verklaring van een klant is geen reden voor een ander oordeel. De klant verklaart in een whatsappbericht dat werknemer op 1 februari 2016 tegen hem heeft gezegd dat hij zou gaan stoppen, maar daaruit blijkt niet wat werknemer op die dag tegen werkgever heeft gezegd en evenmin dat werknemer zelf ontslag heeft genomen. Volgt toewijzing van de loonvordering.