Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 1 juli 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:4374

werknemer

Dat de rechter in een eerdere procedure tussen dezelfde partijen een oordeel heeft gegeven, brengt niet mee dat de onafhankelijkheid van de rechter niet langer is gewaarborgd. Geen schending hoor en wederhoor. Afwijzing wrakingsverzoek.

Werknemer heeft een vordering ingesteld tegen zijn voormalig werkgeefster. Het gaat in hoofdzaak om de vraag of een tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst nietig is, en of er als gevolg van verricht overwerk gedurende de arbeidsovereenkomst stilzwijgend een tweede arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. De mondelinge behandeling van het kort geding heeft plaatsgevonden op 9 juni 2016. Werknemer heeft een wrakingsverzoek ingediend. Werknemer heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat onpartijdigheid van de rechter niet langer is gewaarborgd, omdat zij eerder een zaak van hem (tussen werknemer en werkgeefster) heeft behandeld. In strijd met het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken heeft de rechter meer dan 24 uur voor de zitting ingediende producties uitgesloten van behandeling. Volgens werknemer zijn aan hem heel veel vragen gesteld maar nauwelijks aan zijn wederpartij. Daardoor heeft geen hoor en wederhoor plaatsgevonden.

De rechtbank oordeelt als volgt. Het feit dat de rechter in een eerdere procedure tussen dezelfde partijen maar over andere geschilpunten een oordeel heeft gegeven, brengt niet mee dat de onafhankelijkheid van de rechter niet langer is gewaarborgd. Het had bovendien op de weg van werknemer gelegen om, nadat hij had vernomen dat de onderhavige zaak aan de rechter in behandeling was gegeven, daartegen bezwaar te maken. Werknemer heeft dat niet gedaan en toen de rechter het punt aan de orde stelde, heeft werknemer evenmin bezwaren geuit. De beslissing om een aantal (niet toegelichte) producties niet toe te laten, had te maken met de grote hoeveelheid van de ingediende producties in combinatie met het tijdstip en de bezwaren daartegen van de wederpartij. Deze beslissing is een processuele beslissing. Het door een rechter nemen van een (niet welgevallige) processuele beslissing levert op zichzelf volgens vaste jurisprudentie nog geen grond op voor wraking. Overigens komt het de rechtbank voor dat deze beslissing na toepassing van hoor en wederhoor is genomen. Volgens de rechter heeft werknemer gezegd dat niet alle producties relevant waren, hetgeen door werknemer niet is weersproken. In het licht van deze feiten en omstandigheden was de beslissing van de rechter niet dermate onbegrijpelijk dat daaruit vooringenomenheid van de rechter kan worden afgeleid. De bezwaren van werknemer tegen de grote hoeveelheid vragen die de rechter hem tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding heeft gesteld en de wijze waarop dit geschiedde, zijn vooral gerezen omdat volgens werknemer de rechter vragen had moeten stellen over de punten die hij relevant vindt. Het is echter aan de rechter om te bepalen welke vragen zij aan werknemer wenst te stellen. Nu voorts werknemer tijd en ruimte heeft gekregen om – los van de vragen – naar voren te brengen wat hij relevant vond, is niet gebleken dat werknemer niet voldoende zijn standpunt heeft kunnen toelichten. Het beginsel van hoor en wederhoor is dan ook niet geschonden. Volgt afwijzing van het verzoek.