Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 28 juli 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:6523
werknemer/Mailexpert B.V.
Werknemer is op 1 januari 2015 in dienst getreden bij Mailexpert, in de functie van commercieel directeur. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor zes maanden en tot 1 juli 2015. Met ingang van 1 juli 2015 is tussen partijen een tweede arbeidsovereenkomst gesloten tot 1 januari 2016. Werknemer stelt dat de arbeidsovereenkomst die voor bepaalde tijd was aangegaan tot 1 januari 2016 na die datum stilzwijgend is verlengd, omdat hij zijn werkzaamheden nadien ongewijzigd heeft voortgezet. Volgens werknemer is inmiddels sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (artikel 7:668a lid 1 BW). Hij maakt daarom aanspraak op betaling van loon. Mailexpert betwist de vordering. Zij voert aan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege is geëindigd op 1 januari 2016 en dat geen sprake is geweest van een stilzwijgende verlenging daarvan. Volgens Mailexpert is tussen X , Y en werknemer in 2015 een samenwerkingsverband tot stand gekomen, in het kader waarvan is afgesproken dat werknemer na 1 januari 2016 uitsluitend nog als zelfstandig ondernemer werkzaam zou zijn en niet meer in dienst van Mailexpert, en dat de werknemer via zijn eigen ondernemingen Sharpspring en Onexus inkomsten zou verkrijgen door middel van een managementfee.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De stelling van werknemer dat op grond van artikel 7:668a lid 1 BW inmiddels sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen partijen, kan geen doel treffen. Ook als de arbeidsovereenkomst tussen partijen na 1 januari 2016 zou zijn voortgezet, zoals werknemer stelt, hebben de opvolgende arbeidsovereenkomsten een periode van 24 maanden niet overschreden, zoals vereist volgens artikel 7:668a lid 1, onderdeel a, BW, nu de eerste arbeidsovereenkomst is aangevangen op 1 januari 2015. Daarnaast doet zich ook niet de situatie voor dat meer dan drie voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd, in de zin van artikel 7:668a lid 1, onderdeel b, BW. Op zichzelf kan werknemer worden gevolgd in zijn stelling dat Mailexpert de ‘aanzegverplichting’ heeft geschonden. Dit leidt echter nog niet tot de conclusie dat er na 1 januari 2016 sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Daarvoor is blijkens artikel 7:668 lid 4 BW ook en met name vereist dat de arbeidsovereenkomst na 1 januari 2016 daadwerkelijk is voortgezet. Werknemer is er niet in geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen na 1 januari 2016 is voortgezet. Onder meer is redengevend dat geen schriftelijke arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de periode op en na 1 januari 2016. Daarentegen heeft Mailexpert wel een specificatie overgelegd ten aanzien van de salarisbetaling van december 2015 en een aanvullende betaalspecificatie van 11 januari 2016, waaruit blijkt dat aan werknemer bij wijze van eindafrekening vakantiegeld is betaald in het kader van het einde van de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2016. Volgt afwijzing van de vordering.