Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 26 juli 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:6521
A/Service Support B.V.
A heeft de Bosnische nationaliteit en verblijft sinds ongeveer tien jaar in Nederland. Het verblijf van A in Nederland is illegaal. Kort na zijn komst in Nederland in 2006 is A in contact gekomen met X, directeur-eigenaar van Service Support. Er is een vriendschappelijke relatie tussen beiden ontstaan. A verzoekt om te bepalen dat een door Service Support op 21 april 2016 gegeven ontslag niet rechtsgeldig is, en om Service Support te veroordelen tot betaling van € 5.363,82 bruto aan loon over de opzegtermijn, een transitievergoeding van € 6.774,00 bruto en een billijke vergoeding van € 40.000 bruto.
De kantonrechter oordeelt als volgt. A heeft gemotiveerd gesteld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar die stelling is ook gemotiveerd betwist door Service Support. De kantonrechter kan dus niet nu al als vaststaand aannemen dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst heeft bestaan. Volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv draagt A dan de bewijslast van de door hem gestelde arbeidsovereenkomst. A heeft toegelicht dat hij het bestaan van de arbeidsovereenkomst kan bewijzen, onder meer door het horen van getuigen. Gelet daarop zal A in de gelegenheid worden gesteld om te bewijzen dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat of heeft bestaan.