Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 23 juni 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:6516
A.H.J. Dunselman, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Hunite B.V/werknemer
Werknemer is in dienst geweest van Hunite. Werknemer en Hunite hebben op 9 januari 2014 een tweetal overeenkomsten met elkaar gesloten: een overeenkomst waarbij Hunite € 25.000 aan werknemer heeft geleend (de Loan Agreement) en een overeenkomst waarbij werknemer aan Hunite € 25.000 heeft geleend (de Convertible Loan Agreement). Hunite is op 24 februari 2015 failliet verklaard met benoeming van Dunselman tot curator. Dunselman heeft werknemer aangeschreven het door werknemer van Hunite geleende bedrag ad € 25.000 terug te betalen. Werknemer heeft zich beroepen op verrekening van de leningen over en weer. Dunselman vordert werknemer te veroordelen tot betaling van € 25.000.
De kantonrechter stelt voorop dat voor de uitleg van een overeenkomst het niet louter aankomt op de letterlijke bewoordingen ervan, maar ook op hetgeen partijen uit elkaars verklaringen en gedragingen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid mochten afleiden en verwachten. De kantonrechter stelt voorop dat in de tekst van de overeenkomsten de mogelijkheid van verrekening niet is uitgesloten. Hoewel Dunselman stelt dat uit de aard van de financieringsconstructie volgt dat verrekening niet mogelijk is, heeft de bestuurder van Hunite (die de Loan Agreement ook heeft opgesteld), verklaard dat hij ervan uitging dat verrekening mogelijk zou zijn en dat de overeenkomsten juist zijn gesloten in het kader van een dienstverband waarbij Hunite werknemer graag aan het bedrijf wilde binden. De stelling van Dunselman dat verrekening contractueel is uitgesloten faalt derhalve. Onder die omstandigheden valt ook niet in te zien waarom het beroep van werknemer op verrekening naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat andere schuldeisers die een zelfde investering hebben gedaan bij verrekening in onderhavig geval worden gedupeerd doet hier niet aan af. De conclusie is dat verrekening in onderhavig geval mogelijk is zodat de vorderingen van Dunselman worden afgewezen.