Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 11 augustus 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:6696
KLM N.V. c.s./Federatie Nederlandse Vakbeweging
Tussen FNV en KLM hebben onderhandelingen plaatsgevonden over een nieuwe cao voor het KLM Grondpersoneel. Op 18 juli 2016 heeft KLM een ‘ultiem integraal KLM-voorstel’ gedaan aan alle werknemersorganisaties voor de nieuwe cao. FNV heeft op 19 juli 2016 haar leden verzocht zich uit te spreken voor of tegen een aan KLM te stellen ultimatum en daarop volgende acties indien aan het ultimatum geen gehoor zou worden gegeven door KLM. Drie van de vier andere betrokken vakbonden, te weten De Unie, CNV en NVLT, hebben in nieuwsberichten, nieuwsbrieven en op hun website openlijk kritiek geuit op de (aangekondigde) acties van FNV, alsmede over de snelheid waarmee FNV tot een akkoord wenste te komen. Bij brief van 21 juli 2016 heeft FNV KLM een ultimatum gesteld. FNV heeft geconstateerd dat KLM niet tegemoetkomt aan de eisen en een collectieve actie aangekondigd. Aan acties op 28 juli 2016 hebben ongeveer 200 werknemers deelgenomen, waardoor 28 van de 39 vertrokken intercontinentale vluchten niet of nauwelijks vracht hebben meegenomen. KLM heeft FNV uitgenodigd voor een gesprek op 2 augustus 2016. FNV heeft op deze uitnodiging afwijzend gereageerd en een volgende actie aangekondigd, te weten om op woensdag 3 augustus 2016 van 19:30 uur tot 21:00 uur het werk te onderbreken. KLM en Schiphol vorderen kort gezegd enige vorm van collectieve actie in verband met het thans tussen partijen bestaande cao-conflict te verbieden.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De vraag die allereerst moet worden beantwoord is of de door FNV aangekondigde collectieve actie kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Hier is aan voldaan, nu de collectieve actie KLM zal kunnen prikkelen om te bewegen in de richting van FNV. De vraag of de aangekondigde werkonderbreking een uiterst redmiddel is (ultimum remedium), is gelet op het Amsta-arrest (HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1687), geen zelfstandige maatstaf (meer) om te beoordelen of een collectieve actie onrechtmatig is. Wel is het zo dat een dergelijke omstandigheid een gezichtspunt kan zijn bij de beoordeling van de vraag of de actie op grond van artikel G ESH kan worden beperkt of verboden. De door FNV aangezegde werkonderbreking bij KLM valt onder het bereik van artikel 6 aanhef en onder 4 ESH. Het recht op collectieve actie kan slechts worden beperkt op grond van het bepaalde in artikel G van de ESH. Het ligt op de weg van KLM en Schiphol om aannemelijk te maken dat beperkingen aan het recht op collectieve actie in dit geval maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn.
Als uitgangspunt geldt dat de door KLM genoemde omstandigheden en met name de in dat kader genoemde schade inherent zijn aan het uitoefenen van het stakingsrecht en dat dit in beginsel voor rekening en risico komt van de bestaakte werkgever en Schiphol. De voorzieningenrechter overweegt evenwel dat, hoewel er waarschijnlijk slechts een relatief beperkt aantal mensen zal deelnemen aan de acties, het aannemelijk is geworden dat het ook werkwilligen hierdoor (in ieder geval gedeeltelijk) onmogelijk zal worden gemaakt hun werk normaal voort te zetten. Gezien de enorme vakantiedrukte is voorshands aannemelijk dat de schade die hierdoor zal ontstaan, hoewel wellicht door KLM enigszins aangedikt maar anderzijds door FNV ten onrechte gebagatelliseerd, hoog zal zijn. In ieder geval is voorshands aannemelijk dat de werkonderbreking tot gevolg zal hebben dat een groot aantal passagiers en hun bagage zullen stranden op Schiphol. Dit gevolg en de daarmee gepaard gaande schade, in combinatie met het na-ijleffect dat daarvan uit zal gaan en de reeds bestaande problemen met de bagageafhandeling op Schiphol in de afgelopen week, geven de voorzieningenrechter met name gezien de huidige terreurdreiging, in verband waarmee op Schiphol thans extra veiligheidsmaatregelen gelden, reden om de aangekondigde collectieve acties te beperken en meer concreet werkonderbrekingen voorlopig te verbieden. In tijden van terreurdreiging waarin gevoelens van onveiligheid de overhand hebben, is het laatste wat een luchthaven nu kan gebruiken, dat er extra commotie ontstaat ten gevolge van (aangekondigde) werkonderbrekingen, die tot gevolg hebben dat passagiers en/of bagage op de luchthaven zullen stranden. Hierbij acht de voorzieningenrechter tevens van belang dat de exploitant (Schiphol) en de luchtvaartmaatschappijen (waaronder ook KLM) (mede) verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van verschillende beveiligingsmaatregelen. De explosieve combinatie van de tot en met 4 september 2016 te verwachten grote vakantiedrukte en de huidige terreurdreiging maakt echter dat de beperkingen aan het recht op collectieve actie (waaronder met name het stakingsrecht) in dit geval maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn.