Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 augustus 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:5015
werknemer/Praxis Doe-het-Zelf Center B.V.
Werknemer is sinds medio 1991 (met tussenpozen) in dienst bij Praxis Doe-het-Zelf Center B.V. (hierna: Praxis). De laatste functie die werknemer vervulde is die van vestigingsmanager. Werknemer was tot 2015 werkzaam bij filiaal 1 en vanaf 2015 werd hij vestigingsmanager van filiaal 2. Bij filiaal 1 was jaarlijks een oliebollenkraam aanwezig. Tussen Praxis en die oliebollenkraam bestond een samenwerkingsverband. Werknemer heeft op 31 december 2015 bij een andere oliebollenkraam een cadeaubon in ontvangst genomen ter waarde van € 100. De medewerker van de oliebollenkraam heeft in een schriftelijke verklaring aangegeven de cadeaubon over te hebben gehad en aan werknemer te hebben gegeven als presentje om hem succes te wensen op zijn nieuwe locatie en als dank voor de samenwerking. Praxis heeft werknemer op 5 februari 2016 op staande voet ontslagen vanwege het in strijd handelen met de binnen Praxis geldende regelgeving. Werknemer verzoekt om ten laste van Praxis een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging toe te kennen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Praxis heeft met voldoende mate van voortvarendheid gehandeld en is onverwijld overgegaan tot het geven van het ontslag op staande voet. Het gaat er vervolgens om of het in ontvangst nemen van de cadeaubon door werknemer als dringende reden is aan te merken. Werknemer onderhield op 31 december 2015 als vestigingsmanager geen betrekking (meer) met de oliebollenkraam. Het aanbieden van de cadeaubon door de medewerker van de oliebollenkraam en het aannemen daarvan door werknemer kan dan ook niet in verband worden gebracht met het op onzuivere wijze verkrijgen van een gunst van werknemer en het vermengd raken van een zakelijk belang van Praxis met een privébelang van werknemer. In de gang van zaken is daarentegen bevestiging te vinden voor de juistheid van hetgeen de medewerker van de oliebollenkraam in de overgelegde schriftelijke verklaring heeft beschreven, namelijk dat zij op 31 december 2015 door toeval een cadeaubon over had en dat zij die cadeaubon spontaan aan werknemer heeft gegeven om hem, nu zij elkaar niet meer jaarlijks zouden treffen, te bedanken en succes te wensen. Daarbij ging het om een gift van relatief bescheiden omvang. Verder wordt in aanmerking genomen dat werknemer al vanaf 1991 in dienst is van Praxis en een smetteloos arbeidsverleden bij haar heeft opgebouwd. Een en ander in aanmerking genomen wordt geoordeeld dat de feiten waarop Praxis het ontslag op staande voet van 5 februari 2016 heeft gebaseerd niet kwalificeren als een dringende reden. Het door Praxis gegeven ontslag op staande voet is een te vergaande maatregel en is niet rechtsgeldig. Het verzoek om toekenning van een billijke vergoeding moet dan ook worden toegewezen. Op basis van de omstandigheden van het onderhavige geval wordt de billijke vergoeding vastgesteld op een bedrag van € 20.000. Hoewel het aannemen van de cadeaubon door werknemer aan hem kan worden nagedragen, is het eindigen van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg van handelen of nalaten van werknemer dat is aan te merken als ernstig verwijt. Dat betekent dat Praxis de transitievergoeding verschuldigd is en zal worden veroordeeld tot betaling daarvan. In de parlementaire geschiedenis is opgemerkt dat ‘een aanspraak op ten onrechte niet genoten loon kan worden verdisconteerd in de billijke vergoeding (Kamerstukken II 2013/14, 33818, 7, p. 55 en Kamerstukken I 2013/14, 33818, C, p. 92). In het onderhavige geval is de billijke vergoeding echter uitsluitend gerelateerd aan het verwijt dat Praxis ten aanzien van de beëindiging van het dienstverband is te maken en is niet ook gebaseerd op het loon dat werknemer door het ontslag ten onrechte niet heeft genoten. Bij toekenning van de gefixeerde schadevergoeding ontstaat dan ook geen overlap met de billijke vergoeding. Ook de gefixeerde schadevergoeding is derhalve toewijsbaar.