Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 18 augustus 2016
ECLI:NL:RBOBR:2016:4893
werknemer/ASAS International B.V.
Werknemer is op 18 november 2011 in dienst getreden bij ASAS Otomotiv, een vennootschap naar Turks recht en onderdeel van de ASAS Groep. Partijen zijn in februari 2015 overeengekomen dat hij zijn werkzaamheden zou voortzetten vanuit Nederland. Omdat ook de loonbetaling in Nederland zou plaatsvinden, is vanwege de standplaatswijziging en wijziging van fiscaal regime op 9 april 2015 ASAS International opgericht. ASAS Otomotiv is enig aandeelhouder van ASAS International. Werknemer is enig werknemer en – gezamenlijk met ASAS Otomotiv – bestuurder van ASAS International. Ter effectuering van een en ander hebben ASAS International en werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten met ingang van 20 april 2015. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van zes maanden. De arbeidsovereenkomst is per 20 oktober 2015 voortgezet. Werknemer vordert onder meer veroordeling van ASAS International tot het toelaten van werknemer tot zijn werkzaamheden en tot betaling van (onder meer) achterstallig loon over de periode van 20 april 2016 tot 1 juli 2016.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vordering om werknemer opnieuw tewerk te stellen moet worden afgewezen. Volgens het door ASAS International overgelegde uittreksel uit het Handelsregister is werknemer (gezamenlijk bevoegd) bestuurder van ASAS International. Ingevolge het derde lid van artikel 2:244 BW kan een veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen vennootschap en bestuurder door de rechter niet worden uitgesproken. Zoals door ASAS International terecht is betoogd, stuit de vordering tot tewerkstelling hierop af.
Vervolgens moet worden beoordeeld of artikel 7:667 lid 4 BW meebrengt dat voor beëindiging van de (voor bepaalde tijd voortgezette) arbeidsovereenkomst opzegging vereist is. Vast staat dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen ASAS Otomotiv en werknemer met wederzijdse instemming is geëindigd en is voortgezet door een (eenmalig verlengde) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen ASAS International en werknemer. Omdat volgens werknemer geen voorafgaande opzegging heeft plaatsgehad en ASAS International de opvolgend werkgever is van ASAS Otomotiv meent werknemer dat op grond van voormelde wettelijke bepalingen de arbeidsovereenkomst onverminderd voortduurt zodat hij ook na 20 april 2016 aanspraak heeft op loon. Het verweer van ASAS International, dat wel degelijk sprake is geweest van een opzegging, wordt verworpen. Uit een e-mailbericht van 15 maart 2016 kan niet anders worden afgeleid dan dat het einde van de arbeidsovereenkomst per 20 april 2016 is aangezegd en dat geen sprake is geweest van opzegging. Aan een onmiskenbare en ook als zodanig bedoelde aanzegging kan niet achteraf alsnog het karakter van een opzegging worden toegekend. Vervolgens moet worden beoordeeld of ASAS International is te beschouwen als opvolgend werkgever van ASAS Otomotiv. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat ASAS International onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt en onderbouwd dat de werkzaamheden die werknemer voor haar verricht aanmerkelijk verschillen van die voor ASAS Otomotiv. De werkzaamheden liggen wat betreft aard en vaardigheden en bijbehorende beloning zodanig in elkaars verlengde, dat ASAS International redelijkerwijs geacht moet worden de opvolgend werkgever van ASAS Otomotiv te zijn. Omdat sprake is van opvolgend werkgeverschap was voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met ASAS International voorafgaande opzegging nodig. Nu die opzegging er niet geweest is, duurt de arbeidsovereenkomst onverminderd voort. Het (qua hoogte door ASAS International niet weersproken) loon vanaf 20 april 2016, zijnde een bedrag van € 15.922,24 bruto berekend tot 1 juli 2016, is toewijsbaar.